Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

centratie op het Fransche Noordoostelijke front was daarvoor bepaald ondoeltreffend.

De bewering van Ludendorff, dat een snelle beslissing van den oorlog tegett Frankrijk, te verkrijgen door den opmarsch door België, noodzakelijk was, omdat Duitschland zich anders niet tijdig zou kunnen verzetten tegen het indringen van de Russische legers tot in het hart des lands, gaat evenmin op. Want vooreerst heeft het 8e Duitsche Leger in Oost-Pruisen, na aanvankelijk tegenslagen, töén inderdaad aan de Russen voorloopig belet — door de overwinning bij Tannenberg, op 23—31 Augustus» alvorens nog de uit het Westen gezonden versterking van 2 legerkorpsen in het Oosten was aangekomen — om verder in Duitschland door te dringen. En ten andere is de zoo vurig begeerde snelle beslissing in het Westen door het volgen van Schlieffens operatieplan toch niet verkregen. Al die speculatieve beschouwingen en conclusiën kumién, naar onze stellige overtuiging, niet wettigen of goedmaken, dat dit plan toegepast is.

Als een waarschuwend, afschrikwekkend voorbeeld van een offensieve operatie tegen Rusland, wordt menigmaal herinnerd aan den mislukten veldtocht van Napoleon I in 1812. Wij zien niet in, dat deze redeneering afdoende is voor de opvatting van hen, die meenen, dat Duitschland zich in 1914 aan dat voorbeeld moest spiegelen, en daarin een argument moest vinden om, met schending van de Belgische neutraliteit, tegen Frankrijk op te rukken.

De omstandigheden waren sedert 1812 in verschillende opzichten geheel veranderd. Rusland beoogde in 1914 zélf een strategisch offensief. Het kon reeds daarom met met zijn legermassa's — die stoomwals — op het eigen territoir terugwijken. HÏt-was daarom zeer onwaarschijnüjk, dat de legers

Sluiten