Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK

j HET ENGELSCHE EXPEDITIE-LEGER

E mobiele troepen, door Engeland bestemd om huk) te gaan verkenen aan België en om — gemeenschappelijk met Frankrijk — Duitschland te gaan beoorlogen, bestonden in beginsel uit 3

legerKorpsen en ii cavaleriedivisie.

Daarvan waren echter aanvankelijk slechts 2 legerkorpsen, benevens de cavalerie-divisie, ter uitzending beschikbaar. Het 3e korps zou later volgen.

De troepen stonden onder het opperbevel van den veldmaarschalk Sir John French.

Het ie Legerkorps werd aangevoerd door den luitenant-generaal Sir Douglas Haig (later opperbevelhebber); het 2e Legerkorps door den luitenant-generaal Sir Horace Smith Dorrien.

Elk legerkorps bestond uit 2 divisiën, elke divisie uit 3 brigades. Een brigade telde 4 bataljons, soms zelfstandig, soms twee aan twee vereenigd in regimentsverband. Een bataljon bestond, sedert 1913, uit 4 compagnieën, elk van 250 man.

De manschappen waren vrijwilligers; meest oudgedienden uit de Engelsche koloniën, flinke, krachtige soldaten, uitnemend geoefend in de détails van den dienst. Voor tactisch gebruik, op Europeesche gevechtsvelden waren de Engelsche troepen, in den aanvang van den wereldoorlog, nog niet voldoende bruikbaar. Ook de officieren misten oefening in de leiding van troepenafdeelingen in hooger verband. Bij de compagnieën waren naar verhouding zeer veel officieren ingedeeld.

Sluiten