Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben uitgemaakt en eerst veel later aan het Departement van Buitenlandsche Zaken bekend geworden zijn. Dat alles is misschien wel de „officieele waarheid." Maar het is stellig onaannemelijk, dat de chefs van den generalen staf aan de ministers van oorlog over die besprekingen — blijkens onze bijlage IV uitvoerige, schriftelijke rapporten zouden hebben ingediend en eveneens dat een minister van oorlog béWeÉÉ-iot het voeren van die onderhandelingen zou hebben gegeven — indien de Belgische regeering, als zoodanig, daarvan onkundig gebleven ware.

De Thomasson beroept zich er op, dat het OW** leg in 1906 tot geer» resultaat zou hebben geleid, omdat het in 191a werd hervat. Daarmede bewijst hij echter niets, want tusschen 1906 en 191a was er overal; ook op militair gebied, heel wat veranderd. Juist uit de hernieuwde onderhandehngen — natuurlijk tusschen andere personen—blijkt, duidelijk het feit, dat er wel degelijk een officieele, zij 't geheim gehouden, bedoeling aan ten grondslag lag.

Waar de Thomasson schrijft «ver het document, betreffende het onderhoud tusschen genets»! Jungbluth en overste Bridges (Bijlage IV B, hierachter), zegt hij: „Aucun document ne pourttffccjustifier d'une facon plus claire la loyauté *»tc laqueile ie Gouvernement du Roi a rempli ses obligations internationales," erkennen wij gaarne, dat niet gebleken is, dat België officieel te kort geschottttiÉ in het loyaal vervullen van zijn onzijdigheidsverplichtingen. Maar dit belet niet, dat er onder dé roos wel degelijk met Engeland afspraken gemaakt kunnen zijn, en ook inderdaad gemaakt zijn.

Ook ten opzichte van Frankrijk blijkt niets van officieel overleg van de zijde van België of omgekeerd, voor een gezamenlijke actie tegen Duitschland.

Sluiten