Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lot _.„ r..™.

kunstwerken van militair belang in hun rayon te doen vermelen. Een uitzondering werd gemaakt voor de Maasbrug bij Maaseijk. De Rijckel schrijft, dat hi) met geloofde, dat de Duitschers door Nederlandsen Limburg zouden oprukken en die brue Zouden willen gebruiken.

Het Belgische veldleger verzamelde zich nu in den vierhoek Tienen-Leuven-Wavre-Perwez Hoezeer het, door het ontbreken van een regeling voor het spoorwegvervoer tot aan de Maas, aldaar op ongeveer twee marschdagen van die rivier verwijderd bleef, werd op 3 Augustus een legerbevel uitgevaardigd, waarin bepaald werd, dat bij het vaststellen der kantonnementen rekening gehouden moest worden met het eventueel in Oostelijke- of Zuidoostelijke nchting afmarcheeren naar de Maas zooals in de conferentie van den vorigen nacht door den Koning beslist was.

Inmiddels, alvorens het Belgische veldleger de Maas kon bereiken, waren van Duitsche zijde de vijandelijkheden reeds begonnen.

Men had, schrijft de Rijckel, drie dagen verloren.

Aan allen, die belang stellen in het lot van België en in de oorzaken der ongelukken, welke dat land getroffen hebben, wordt de bestudeering van het mooie werk van de Rijckel krachtig aanbevolen.

Wij kunnen er hier niet verder over uitweiden.

Wel is waar verkrijgt men er geen gunstigen en evenmin een verheffenden indruk door, omtrent de toestanden, die in Augustus 1914 in het Belgische Leger, bepaaldelijk in zijn generalen staf, hebben geheerscht. De Ryckel geeft de schuld daarvan in hoofdzaak aan den toenmaligen chef van het gouvernement en minister van oorlog, Baron de B^ueviUe, en aan den chef van den generalen Staf de Selliers. Dat deze generaal onbekwaam en

Sluiten