Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

barrière" tegen den opmarsch van Duitsche legerafdeelingen uit de Rijnprovincie naar Sambre en Schelde; wijst op het hooge gewicht en de beteekenis dier linie, zoowel voor de eigen verdediging van België, als voor het geval eener schending der onzijdigheid van dit land door Duitschland. „Die linie," schrijft hij, „zou onder alle omstandigheden het gezamenlijk optreden van de Belgische strijdkrachten met eem'g hulpleger mogelijk maken en begunstigen, wanneer België ondanks zich-zelf tot den oorlog werd gedwongen" — zooals in 1914 geschied is. Het spreekt echter van zelf dat daartoe doeltreffende maatregelen moesten voorafgaan, en dat het Belgische leger de Maaslinie niet a priori moest prijs geven voor een onmogelijke opstelling achter een onbeduidend riviertje. En ook niet moest nalaten aan Frankrijk tijdig hulp te vragen, nog veel minder de c.q. door dat land aangeboden 5 legerkorpsen moest afwijzen.

Van Engelsche hulp wordt hier niet gesproken, omdat er altijd een paar weken of langer noodig moesten zijn, om een Engelsen leger van eenige beteekenis over het Kanaal te brengen; te ontschepen en naar de Maas te doen oprukken of vervoeren.

Men heeft, o.a. in het blad „Le XXme Siècle" van 25 Januar 1921, het denkbeeld van generaal de Rijckel, om met het veldleger naar Aken — men Zegt óók naar Keulen — te marcheeren, eem'gszins geridiculiseerd. Ook de Selliers spreekt er minachtend over. Nu had de Rijckel, toen hij in den nacht van 2 op 3 Augustus 1914, ten paleize zijn inzichten te kennen gaf, ongetwijfeld beter gedaan zich te bepalen tot hetgeen het meest urgent was en voor de hand lag; nJ. waar en hoe men zich tegen den doortocht der Duitsche troepen te weer zou stellen. Wat er later misschien zou kunnen geschieden, was een zaak van later zorg, als

Sluiten