Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geld. De Keizer, die in naam opperbevelhebber was, doch alleen de meest belangrijke bevelen gaf, het de leiding der operatiën meestal over aan de beslissingvan den chef van den generalen staf von Moltke. Deze moest intusschen zijn aandacht eveneens wijden aan het Oostelijk front en aan hetgeen aldaar voorviel. Het groote hoofdkwartier bevond zich meestal zéér ver achter de strijdende troepen van het Westfront, te Koblentz, te Luxemburg; later te Mézieres, enz. Daardoor was het verkeer met de afzonderlijke legers bijna altijd zeer moeilijk en tijdroovend en de gemeenschap liet dikwijls zeer veel te wenschen over. Persoonlijke aanraking tusschen den leider der operatiën en de commandanten der legers had niet plaats, en slechts zelden werden door het groote hoofdkwartier officieren naar de legers afgezonden voor mondelinge (inlichtingen of onderzoekingen.

De latere regeling om verschillende legers onder een gemeenschappelijk bevel te vereenigen tot een Z.g. legergroep, werd nog niet toegepast. Generaal Dr. von Kuhl stelt dan ook zeer terecht de vraag — die ongetwijfeld bevestigend moet worden beantwoord —of het niet beter geweest ware dat het groote hoofdkwartier te Berlijn gevestigd was gebleven*»;*» flJen zoowel voor het Westfront, als voor het Oostfront, elk een afzonderlijk opperbevelhebber had benoemd. Maar von Moltke wilde zelf de leiding op het Westfront, waar de oorlog moest worden beslist, in handen houden. Dit is evenwel niet bevorderlijk geweest aan den uitslag. Zooals bekend is, werd op het Oostfront na de eerste tegenslagen, een afzonderlijk opperbevelhebber benoemd.

In dit opzicht was de toestand in het Fransche leger geheel anders, en er valt een belangrijke tegenstelling met het Duitsche leger in waar te nemen. De Fransche Opperbevelhebber, generaal,

Sluiten