Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bestaan tot 25 September. Van dien dag af zou de toestand „diep gewijzigd worden," ten gunste van den vijand.

Op 25 en 26 Augustus had de eerste uitval plaats van het Belgische Veldleger, tegen het vóór de verschanste legerplaats van Antwerpen opgestelde Duitsche „bespiedihgsleger." De Duitsche hoofdmacht was, van 21 Augustus af, verder opgerukt naar de Sambre en in Henegouwen. Op 24 Augustus vernam het Belgische Opperbevel dat aan de Sambre en bij Mons hevige gevechten werden geleverd, waardoor kon worden verwacht, dat „het gros dei'vijandekjke legers genoeg verwijderd was," om bij Antwerpen niet op het ingrijpen daarvan te moeten rekenen. De omstandigheden werden daarom voor een uitval buiten de legerplaats zeer gunstig geacht. Te meer, omdat de 3e en 9e Duitsche'. reserve-legerkorpsen, die het observatieleger vormden, nog geen tijd gehad konden hebben om hun „stellingen sterk in te richten."

De uitval werd ondernomen met het doel de lijnen der Duitsche legerkorpsen te doorbreken en 's vijands verkeerswegen te bedreigen.

De bevelen voor den uitval hielden het volgende in. De 6e Divisie moest in het centrum aanvallen, in de richting op Mechelen-Vilvoorden. De ie en de 5e Divisiën moesten ageeren rechts daarvan, ten Westen van de Senne; de 2e Divisie ter linkerzijde langs den straatweg naar Leuven. De 3e Divisie bleef in reserve achter de 6e, de cavalerie op den linker vleugel eveneens üv reserve.

De aanval „botste tegen reeds zeer sterk opgebouwde verdedigingsinrichtingen," zegt het Verslag. Het centrum en de rechter vleugel drongen aanvankelijk eenigszins door; de linker vleugel werd échter aan het kanaal naar Leuven tot staan gebracht. De Duitschers gingen weldra over tot een tegen-

Sluiten