Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleedde in het Fransche groote HoofdkwartieiïflSr werd n.1. in 1919 een parlementaire enquête ingesteld omtrent het door het Fransche legerbestuur, prijsgeven in den aanvang van den oorlog, van het voor de metaalindustrie hoogstbelangrijke „bekken van Briey," met zijn ijzer- en staalmijnen; waarover Frankrijk nu de beschikkingverloor,terwijlDuitschland er voor de fabricage van zijn oorlogsmaterieel rijke hulpbronnen vond. De aanleiding daartoe was een interpellatie in de Kamer van Afgevaardigden. In de met die enquête belaste commissie werden verschillende hooggeplaatste personen gehoord, o.m. de oud-minister Messimy, de veldmaarschalk Joffre, de generaals Belin, Ruffey, de Castelnau Sarraü, Berthelot, enz. De heer Fernand Engerand, député du Calvados, heeft een zeer uitvoerig geschrift over de uitkomsten van dat onderzoek gepubliceerd, waarin ook de verklaringen der genoemde personen opgenomen zijn. Generaal Berthelot nu, gaf in zijn verhoor zeer duidelijk te kennen welke bedoelingen de generale staf gehad heeft, ten opzichte van het Plan XVII en van de z.g. „variante." Hij verklaarde:

„Dans 1'esprit de ceux qui ont rédigé le plan 17, on ne voulait préalablement pas donner prise a 1'idée, que nous pourrions, nous-mêmes co nameneer a entrer en Belgique les premiers; c'est pour cela que la concentration de Taile gauehe n'allait pas au dela de Mézières."

Hoe dit moge zijn, het feit staat vast dat het Fransche gewijzigde operatieplan van meet af is toegepast, en dat de opmarsch in het daarvoor aangewezen concentratie-gebied van 5 tot 18 Augustus ongestoord volbracht is.

Het Cavalerie-korps Sordet moest zich daarbij verzamelen ten Oosten van Mézières. Joffre schrijft dat hij dat korps reeds op 3 Augustus machtigde

Sluiten