Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de op 18 Augustus-Jttitgevaardigde „Instruction générale no. 13," bleek Joffre toth nog altijd op twee gedachten te hinken.

De vijandelijke rechter vleugel kon namelijk trachten door te dringen tusschen Givet en Brussel, of zijn beweging nog meer Noordwaarts uitstrekken. Daartegen moesten het 5e Leger, met het Cavalerie-korps Sordet in verband met de Engelschen en^ Belgen, zich', rechtstreeks te weer stellen, en trachten den Vijand uit het Noorden te omvatten. Middelerwijl acatden het 3e en het 4e Leger 's vijands centrum aanvallen en, na dat te hebben geslagen, zich tegen de linker flank van 's vijands rechter vleugel wenden.

Of wel, indien de vijand sléchte een gedeelte van zijn rechter vleugel op den linker Maasoever bracht, zou hij door zijn centrum, de Fransche3een 4e Legers, doen aanvallen, en door zijn troepen op den linker Maasoever, de flank vanj het 4e Leger doen bedreigen. In-dat geval moesten de Engelschen en Belgen op zich nemen, de Duitsche troepen op den linker oever van; Maas en Sambre te bestrijden, en moest het 5eLeger over Namen en Givet oprukken in de algemeene richting naar Marche en Saint Hubert.

In deze Instructie bleef Joffre de sterkte van het Duitsche leger op den rechter vleugel en in het centrum veel te laag schatten, en zelfs nog vasthouden aan de dwaling, dat de Duitschers kun hoofdmacht op den rechter Maasoever zouden doen oprukken. Hij bedacht niet, dat het noodig kon worden om met het tegendeel rekening te houden en daartoe den eigen linker vleugel aanzienlijk te versterken. En toch was het op 18 Augustus niet twijfelachtig meer, hoe de Duitsche hoofdmacht door België oprukte. Waarom zou Duitschland anders overgegaan zijn tot de schending der Belgische

Sluiten