Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK (v e r V 01 g)

2. IN HET CBHTRlfM

TerwÖLde krijgsverrichtingen in den Elzas en Lotharingen zich afwikkelden, waren ook maatregelen voorbereid om in het centrum der wederzijdsche vijandelijke fronten tot den strijd te komen.

Zooals wi.^efflaeld hebben, verlangde de Fransche opperbevelhebber, dat het 3e en het 4e Leger zouden trachten 's vijands centrum te doorbreken, door een operatie tusschen Verdun en de Belgische Maas. Deze legers telden samen 6 legerkorpsen, benevens eenige groepen van reservedivisiën. Tegenover hen stonden het 4e en het 5e Duitsche Leger, met een totale sterkte van 11 legerkorpsende sterktecijfers was het verschil vrij aanzienlijk; de Fransche opmarsch moest bovendien geschieden door de Ardennen, d.i. door een boschrijk en moeilijk bergterrein; terwijl de Duitschers zich konden opstellen achter ingrayingen en versterkingen met overmachtige artillerie, zoowel in aantal kanonnen, als in gevechtswaarde.

Het 3e Fransche Leger zou op zijn rechter flank gedekt worden tegen een bedreiging uit Metz, door het op 19 Augustus nieuw gevormde „Leger van lotharingen,"1) ter sterkte van 6 reserve-divisiën, onder bevel van generaal Maunoury. Bij gunstigen uitslag der operatie moest het 4e Leger Zich naar links wenden en trachten de oprukkende Duitsche legers in de linker flank te vallen.

Het offensief begon op 21 Augustus uit de lijn Sedan-Montmédy-Damvülers. Het 3e Leger, onder generaal Ruffey, marcheerde uit de landstreek ten

!) Dit „Leger van Lotharingen" was eigenlijk het 8ste Fransche Leger.

Sluiten