Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE HOOFDSTUK (vervolg)

4. STRATEGISCHE GRONDSLAGEN VOOR DE VERDERE OPERATIËN DER FRANSCHE EN ENGELSCHE LEGERS Welke waren thans op strategisch gebied de voornemens vaèden Franschen Opperbevelhebber?

Zij kwamerfl in 't kort htórop neer, dat de vijand zou worden tegengehouden op den Oostelijken vleugel, «et den steun der verdedigingswerken aldaar en met een minimum van troepen; verder, dat zooveel mogelijk troepeaibestemd Tweeden voor versterking van den geschokten linker vleugel, die ten spoedigste geschikt gemaakt moest worden om stand te houden tegen den tusschen Maubeuge en Rijssel opdringende» fipand. s>: Dienovereenkomstig moesten de ie en ae Legers in den Elzas en Lotharingen zich defensief gedragen. De beide Westelijk daarvan staande legers, het 3e en het 4e, moesten voorloopig eveneens een defensieve gedragslijn in acht nemen. De terugtocht uit het Noorden van den linker vleugel moest met nauwgezette voorzorgen worden voortgezet, tijdens het overbrengen van troepen, enz. uit het Oosten naar hel Westen. Later zou een nieuw offensief worden ondernomen met de legers van den linker vleugel en van het centrum. Er werd een nieuw leger gevormd, dat zou optreden op den uitersten linker vleugel, tegenover den buitengewoon krachtigen rechter vleugel des vijands. Ten slotte weed het centrum versterkt door het eveneens nieuw te vormen 9e Leger. Dit laatste kwam te staan onder het bevel van den generaal Foch. Het 6e Leger dat op den linke» vleugel zou ageeren, , werd gesteld onder generaal Maunoury, dien wij in het vorige Hoofdstuk noemden als commandant van

Sluiten