Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK (vervolg)

2. DE SLAG BIJ GUISE-ST.QUENTIN

De commandant van het 5e Fransche Leger had de overtuiging gekregen dat de vijand zijn omvattende operatie zonder verwijl zou voortzetten en zich nog meer naar het Westen zou uitbreiden. Na den slag bij Le Cateau waren de Engelschen op St. Quentin en door de vallei van de Oise teruggetrokken, zoodat zij dicht nabij het 5e Leger kwamen. De commandant van het 4e Fransche Leger, generaal de Langle, berichtte aan Lanrezac, dat hij tegen de vijandelijke korpsen aan de Maas stand hield, en dat zijn linker vleugel ten Noordwesten van Mézières met hem in verbinding zou komen.

Lanrezac besloot ten spoedigste terug te trekken achter de lijn, gevormd door de Oise, van Guise tot de uitmonding, van de Thon en achter dit riviertje tot Aubenton — in de streek Origny (aan de Oise)Sams-Vervins — en van daar wellicht een retouroffensief te ondernemen tegen het 2e Duitsche Leger» Hij ontving echter bevel de stelling La FèreLaon-Craonne te gaan bezetten. Den 27en Augustus 's avonds, toen bekend was dat de Engelschen overhaast verder hadden moeten wijken naar La Fère en Chauny en dat het 4e Leger verplicht geweest was , zijn linker vleugel naar Mézières samen te trekken, kon het 3e Duitsche Leger ongehinderd ten Zuiden van Rocroi doordringen en het verband tusschen de Fransche 4e en 5e Legers in gevaar komen. Het 5e Leger moest dus den 28en zorgen niet geïsoleerd te worden, en wilde daarom dien dag teruggaan naar de lijn Montcornet-MarleRibémont. Doch 's avonds van den 27en kreeg

Sluiten