Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIENDE HOOFDSTUK (vervolg)

3. HET ONTSTAAN VAN DEN SLAG AAN DE OURCQ

Maunoury's 6e Leger was uit het Noorden teruggegaan naar Parijs, waarbij het front natuurlijk gericht bleef tegen den uit het Noorden vervolgenden vijand. De voor 5 September door Galliéni opgedragen onderneming tegen de rechter flank van het Duitsche ie Leger, moest in hoofdzaak naar het Oosten geschieden, zoodat Maunoury zijn troepen een frontverandering moest doen maken.

Galliéni's bevelen van 4 September, 's avonds 10 uur 30, grondden zich op het feit, dat de hoofdmacht van het vijandelijke ie Leger zich naar het Zuidoosten had gewend. Sterke Duitsche colonnes trokken op de Marne aan, om die rivier te passeeren tusschen Chateau-Thierry en La Ferté-sousJouarre. Deze beweging scheen rechtstreeks gericht tegen den Engelschen rechter vleugel en den linker vleugel van het Fransche 5e Leger. Parijs werd dus niet langer bedreigd. Het mobiele leger van Parijs moest nu zorgen met het Duitsche leger in aanraking te blijven, en zich gereed houden voor deelneming aan den te verwachten veldslag.

Het 6e Fransche Leger moest op 5 September zijn cavalerie doen verkennen naar Chantilly, Senlis, Nanteuil-le-Hadouin, Meaux en Lizy-sur-Ourcq. De cavalerie werd zooveel doenlijk versterkt. Het leger moest zich op 5 September in beweging stellen naar het Oosten, op den rechter (Noordelijken) oever der Marne; zijn front moest ter hoogte van Meaux komen, gereed om 's morgens van 6 September aan te vallen in verband met het Engelsche leger, dat op de lijn Coulomrniers-Changis zou aanvallen. Het 6e Leger werd versterkt door de

Sluiten