Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE HOOFDSTUK (vervolg)

6. OPERATIËN AAN DE MOEZEL

Ofschoon de uitslag van den veldtocht tot 13 September niet — althans niet in eenigszins belangrijke mate — den invloed had ondergaan van de operatiën van het 6e en het 7e Duitsche Leger, op het O. gedeelte van het oorlogstooneel, willen wij toch volledigheidshalve in het kort enkele oorlogshandelingen vermelden, die aldaar tot genoemden datum hadden plaats gehad.

De Duitsche hoogere legerleiding heeft aanvankelijk en zelfs gedurende geruimen tijd, verwacht, dat de Franschen een beslissing zouden zoeken in Lotharingen. Zij zou daartegen dan met het 6e en 7e Leger krachtig zijn opgetreden en zeHs het 5e en het 4e Leger hebben doen ingrijpen. De beschikbaar komende Ersatz-divisiën werden achter het 6e Leger samengetrokken, doch de legerkorpsen, die naar Rusland werden gedirigeerd, werden aan de legers van den rechter vleugel ontnomen. Dat het operatieplan van von Schlieffen zoodoende werd verknoeid, zoodat het bezwaarlijk meer kon leiden tot het door den ontwerper beoogde doel, scheen niet te worden ingezien.

Kroonprins Ruprecht van Beieren trad met de 6e en7e Legers offensief op tegen de Fransche ie en ae Legers, en — zooals wij hiervoren hebben medegedeeld —werden de laastbedoelde legers daarbij in Lotharingen op 20—aa Augustus geslagen. De Duitsche legerleiding liet nu de Franschenvervolgen, met het doel aan de boven-Moezel door te breken. Met de Fransche sperwerken meende men, evenals met de forten van Luik, spoedig te kunnen afrekenen en het zou dan wellicht mogelijk zijn, zoowel

Sluiten