Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRAND — BUSINESS

een filiaal openen. — b. of trade: lossen beginnen; de lading aanbre-

tak van handel. ken. — b. cargo: gestorte lading. —

brand: merk; soort. b. grain: gestort graan. — b. oil:

breach: breuk. — free from b. and dam- losse olie. — goods laden in b.:

ages: vrij van breuk en beschadigd- stortgoederen. — to b.: storten,

heid. — to commit a b. of contract: bulkhead: waterdicht schot,

contractbreuk begaan. bulky: zwaar; lijvig.

breadstuffs: grondstoffen voor broodbe- buil: haussier; liefhebber. — to b.:

reiding (graan en meel). de koersen opjagen; p la hause spe-

break: to b. a bank: een bank doen culeeren. springen. — the credit of this bank bullion: muntmateriaal; ongemunt goud is broken: het krediet van deze bank of zilver. — b. dealer: handelaar is vernietigd. — to b. a contract: in edele metalen, een contract verbreken. — to b. down: bullish: stijgend (koers), defect raken.—to b. off negotiations: bumper: buitengewoon groot of vooronderhandelingen afbreken. — to b. spoedig. up öld vessels: oude schepen sloopen. bundie: bos.

— a b.: een baisse. bunker: kolenruim. — bunkers = breakage: breuk. — b. coals: kolen voor eigen gebruik. — breakdown: defect. bunkering port: kolenhaven. breaking-bulk: lossing (der lading). buoyancy: stijgende stemming. bring: tob. about: tot stand brengen.— buoyant: opgewekt; levendig; stijgend.

to b. forward: transporteeren. — burden: last; druk; draagvermogen. —

brought forward: transport, (vgl. the b. of the proof: de bewijslast.

carry). — to b. in: opbrengen.—to burglar: inbreker. — b. proof: in-

b. a person round to one's views: iem. braakvrij.

tot zijn zienswijze overhalen. — to burglary insurance: inbraakverzekering.

b. an action: een eisch instellen. business: zaak, zaken. — b. of a for-

brisk: levendig. — a b. sale: snelle warding-agent; bedrijf (y. een car-

omzet. gadoor). — branch (line) of b.:

broker: makelaar. — sworn b. = branche; specialiteit. — to have

inside b.: beledigd makelaar. — charge of the b.: de leiding der zaak

outside b. = curbstone b.: beunhaas. in handen hebben. — owing to the

— sworn customs b.: convooüooper. closing of the b.: wegens opheffing brokerage: 1) courtage; makelaarsloon; der zaak. —b.-hours =hours of b.:

2) makelarij. kantooruren. — b. house = house of

brown paper: pakpapier. b.: handelshuis. — a lull in b.:

bu. a* bushel. slapte. — a risky piece of b.: een

bubble company: zwendelmaatschappij. gewaagde speculatie. — a rush of b.:

bucketshop: gokkantoor. drukte in zaken. — to have a share

build: to b. up a trade (a connection): in the b.: aandeel in de zaak hebben.

klandizie vormen. — a capital stroke of b. could be

builder's certificate: bijlbrief. — b.'s done there: daar zou een flinke

merchant: handelaar in bouwmate- slag te slaan zyn. — to be in b. in

riolen. den handel zijn. — to be in b. for

building-site: bouwterrein. oneself (on one's own account):

balk: the b.: het grootste deel; de meer- voor eigen rekening zaken doen. —

derheid; de geheele massa (voorraad). he is away on b.: hy' is op reis voor

— to buy in b. (= by the b.): in zaken. — to begin (= to commence '< groot (in massa; bij den roes) = to set up in = to start) a business koopen. — to compare the b. with = een zaak (zaken) beginnen; zich the sample: de party' met het monster vestigen. — to bring about b.: vergelijken. — the b. is not equal to zaken tot stand brengen. — to carry the sample: de partij beantwoordt on (= to manage == to run = to niet aan het monster. — cargo in b.: work) a b.: een zaak drijven. — to be gestorte lading. — to break b.: met connected in b. (= to have b. trans-

Sluiten