Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COUNTERFEIT — GURRENCY

counterfeit coin: valsche mant. — to c.: namaken; vervalschen.

counterfoil: souche; talon.

countermand payment of a cheque: order geven om een chèque niet te betalen.

countermark: contramerk.

counter-offer: tegen-offerte. — c.-order: contra-order.

counterpart: the c.: het duplo.

counter proposal: tegenvoorstel.

countersign: contramerk. — to o.: waarmerken; medeonderteekenen (als tegenpartij).

countersignature: medeonderteekening.

countervailing duties: represaillerechten; contrarechten.

country banker: bankier in de provincie.

coupon: coupon; dividendbewijs. — c. sheet: couponblad.

courant: to put au c. with: op de hoogte brengen omtrent.

course: koers; noteering. — the c. of the prices: de loop der prijzen. — in c. of time: mettertijd. — in due e: te zijner tijd.

cover: 1. couvert. — under separate c.: onder separaat couvert. —2. surplus; dekking. — as c. for: als dekking. — to send e: dekking zenden; fonds bezorgen; fonds fourneeren. — in c. of our a/c: ter vereffening onzer rekening. — We await your remittanoe in o. of our Invoice: Wij zien Uwe remise ter vereffening onzer factuur tegemoet. — to c: (zich) dekken. — Invoice and B/L c.ing 10 cases Hardware: Factuur en Connossement over ..,. — Your favour c.ing Commission Account: Uw schrijven insluitende (bevattende) Provisierekening. — in order to c. these expenses: ter dekking van deze onkosten.

— c.ing letter: begeleidend schrijven. ;

— c.ing Note: voorloopige polis; sluitnota; handpolis.

Cr. m Credit; Creditor; Crown.

cranage: kraangeld.

crane: kraan. — travelling c: loopkraan.

crash: krach.

crate: krat; latkist.

credit : krediet (crediet); credit. — his o. is low: zijn crediet is slecht. — blank (=open) c: blanco crediet

(d. w. z. zonder onderpand). — document c.: crediet op onderpand. — cash c.: crediet in rek. courant. — confirmed bank c.: geconfirmeerd bankierscrediet. — drawing c.: wisselcrediet; acceptcrediet. — goods o. ( = c. in goods): goederencrediet.— on c.: op crediet. — to the c. of: in het credit van. — the amount standing '■ to your o.: het in uw credit staande bedrag. — to decline a person c. == iemand crediet weigeren. — to allow (= to give = to grant) e: crediet verleenen. — to require a c: een crediet verlangen. — to ask a c.: een crediet aanvragen. — cases are eed in full: kisten worden geheel afgetrokken. — c. balance: credit saldo. — c. customer: klant die op crediet koopt.

— c. note: credit nota. — c. sale: verkoop op crediet. — o. slip: borderzau.

creditor: crediteur. — c.-account: crediteuren-rekening. — c.-side: creditzijde. — ordinary c.s: concurrente crediteuren. — unsecured c.s: ongedekte crediteuren. — secured o.s: gedekte (— hypotheek of pondhoudende) crediteuren.

crop-prospects: vooruitzichten van den oogst. — c.-report: oogstbericht.

cross a cheque: een chèque „krassen" (door er twee parallel dwarsstrepen door te trekken slechts door middel van een bankier betaalbaar maken).

— c. acceptance m c. accommodation: wisselruiterij.

crude: ruw, ongezuiverd. — c. iron: ruw ijzer. — c. petroleum: ruwe petroleum.

crush competition: de concurrentie de kop indrukken.

cultivate business: tot zaken aanmoedigen.

cum div. = c. dividend: dividend inbegrepen.

cumulative preference shares: cumulatief preferente aandeelen. currency: 1. looptijd, 2 munt(wezen).

— c. of the Bill: looptijd van den wissel. — c. of a contract: duur van een contract. — system of c.: muntstelsel. — metallic c.: gemunt geld. — paper o.: papiergeld. — commercial e: negotiepenningen. — forced e: muntstelsel met gedwongen koers. —

Sluiten