Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEBACLE — DELIVERY

have large d. with: groote zaken doen met. — they have regular d. with each other: zy' doen geregeld zaken met elkander. debacle: krach.

debenture: schuldbrief; obligatie. — mortgage d.: hypothecaire obligatie.

— Registered d.: obligatie op naam.

— d. hond: obligatie. — d. holder: obligatiehouder. — d.-issue: obligatie uitgifte. — d. loan: obligatieleening.

debit: debet. — to the d. of: in het debet van. — to your d.: te uwen laste. — to carry (= to place) a sum to a person's d.: iemands rekening voor een bedrag belasten. — to d.: debiteeren. — to d. an account: een rekening belasten. — d. note: debet nota.

débouché: afzetgebied; markt.

debt: schuld. — bad d.s: kwade schulden; non valeurs. — bonded d.: obligatieschuld. — book d.s: Rekening-Courant debiteuren. — doubtfuld.s: dubieuze schulden. —■ d.s outstanding: uitstaande vorderingen. — to run into d.: zich in schulden steken.

— to be over head and ears in d.: diep in de schulden zitten. — to contract (= to incur = to make) d.s schulden maken. — to extinguish (= to liquidate = to pay off) a d.: een schuld delgen. — to pay (= to pay off = to meet = to settle) a d.: een schuld betalen.

debtor: schuldenaar. — doubtful d.: dubieuze debiteur. — the d. 's estate: de (faüiete) boedel. — d.-accounts: debiteuren-rekening. — d, side: debetzijde.

decay: bederf. — to d.: achteruitgaan. —

a d.ed tradesman: een winkelier die

aan lager wal is geraakt. deek-cargo: deklading; deklast. declarant: aangever; declarant. declaration form: aangifteformulier. —

d. slip: declaratieslip. declare: aangeven; declareeren. — to

d. a dividend: een dividend vaststellen.

— to be d.d bankrupt: failliet verklaard worden. — d.d value: aangegeven waarde.

decline: daling; achteruitgang. — to be ön the d.: achteruitgaan. — to d. an offer: een aanbod afslaan. — the price (the market) d.s: de prijs (de

markt) daalt. — this trade d.s: deze handel gaat achteruit. decree the dissolution of a company: de ontbinding eener maatschappij gelasten.

deduet: aftrekken; in mindering brengen; rabatteeren. — after d.ing: na aftrek van; onder aftrek van.

deduction: korting.

deed: acte; oorkonde. — d. of partnership : acte van vennootschap; vennootschapscontract. — to make a private d. of arrangement: een onderhandsch accoord treffen. — d. of protest: protestacte. — to register a d.: een acte registreeren. — d. box: aktentrommel. — d. stamp: actezegel.

default: verzuim; tekortkoming. — by d.: bij verstek. — in d. of: by' gebreke van. — in d. of paying: bij wanbetaling. — to be in d.: in gebreke blijven.

defaulter: wanbetaler.

defeat the creditors: de crediteuren misleiden.

deferred shares: uitgestelde (=slapende) aandeelen.

deficiency: tekort; manco. — the d.s het te min betaalde. — d. in weight: onderwicht; manco.

deficiënt packing: gebrekkige verpakking.

deficit: tekort; nadeelig saldo. — to

make up (= to cover) the d.: het

tekort bijpassen. defray: betalen; dragen. — to d. the

expenses: de onkosten bestrijden. del eredere: del credere. deliver: (affteveren; lossen; bezorgen. —

d.able free on board: vry' aan boord

te leveren.

delivery: (af)levering; lossing; bezorging. — d. of letters: bestelling. —d. by instahnents: levering in termijnen. — in monthly deliveries: in maandelijksche partijen. — express d.: expresse bestelling. — late d.: te late aflevering. — claim for short d.: reclame wegens manco. — for future d.: op termijn. — forward d. (= on d.): op levering. — rightd.: goede uitlevering; behoorlijke (*=> richtige) aflevering. — delay in d.: vertraagde aflevering. —■ terms of d.: leveringscondities. — to authorize d.: afgifte machtigen. — to take d. of: in ontvangst nemen. — to reoeive

Sluiten