Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFNAME —

afname: bij a. van groote partijen: when taking large quantities. —bij a. van een dozijn: wben taking a dozen.

afnemen: to slacken *; to decline.— geregeld a.: to take regularly.

afnemer: buyer; consumer; taker; user.

afneming: slackening; decline.

afpingelen: to haggle; to chaffer.

afrekenen: to settle *. — a. met: to get square with; to make a settle■ ment with.

afrekening: settlement; statement *; account. — a. per drie maanden: quarterly accounts. — finale a.: account of settlement.

afronden: to round off. — naar boven a.: to round off upwards. — naar beneden a.: to round off downwards.

afschrift: copy. — voor eensluidend a.: for copy conform. — een gewaarmerkt a.: a certified copy. — een contract in a. zenden: to send a duplicate of a contract.

afschrijven: to write off; to write down. — een factuur a.: to copy an invoice. — een bestelling a.: to countermand an order. — ruim a. op : to write off largely on.

afschrijving: writing-off (meervoud: writings-off); depreciation. — statutaire a.en: statutory writings-off.

afslaan: een aanbod a.: to decline (= to refuse) an offer. — de prijzen (de goederen) zijn afgeslagen: prices have declined;;have dropped; have fallen.

afslag: verkoop bij a.: sale by Dutch auction. — bij a. verkoopen: to sell by Dutch auction.

afslager: auctioneer.

afsluiten: de boeken a.: to balance the books. — een rekening a. to close (= to wind up) an account. — een rekening a. bij: to close an account at (= with). — een zaak a. met iemand: tó conclude a transaction with a person. — een chertepartij a.: to conclude a charter-party. — a. der rekeningen: close of accounts. — em leming a.: to contract a loan.

afsluiting der boeken: balancing the books.

afspraak: agreement; arrangement, afspreken: to agree; to arrange. afspringen: de onderhandelingen zijn afgesprongen: the negotiations are

AFWERKEN

broken off. — de koop is afgesprongen: the transaction has been cancelled; the bargain is off.

afstaan: to part with. — een recht a.: to relinquish a right. — aandeelen a.: to resign shares. — iemand een partij goederen a.: to sell a person a parcel of goods; to let a person have a parcel of goods.

afstand doen van een aanspraak: to relinquish (= to waive) a claim. — clausule waarbij a. wordt gedaan: waiver clause. — de koopers houden zich op een a.: buyers are bolding off. — a. doen van: to part with.

afsteken: wijn a.: to rack wine.

afstempelen: to stamp.

afstuiten: op iemands onwil a.: to ndscarry through a person's obstinacy.

afteekenen: een pas a.: to visa a passport. — afgeteekend: visaed. — em connossement a.: to sign a BL. — behoorlijk afgeteekend: duly endorsed.

aftreden: to retire; to resign (office).

aftrek: rebate. — onder (= na) a. van: less. — onder a. van onkosten: charges to be deducted. — a. vinden: to go off; to take. — flinken a. vinden: to command a ready sale; to meet with (= to find) a ready sale; to find a ready market. — deze artikelen vinden flinken a.: these articles run off readily. — gem a.

• vinden: to have no sale. — het vindt geen a.: there is no sale for it.

aftrekken: to deduct, — kisten worden geheel afgetrokken: cases are credited in full.

afvaardigen: iemand a.: to send a representative.

afvaart: sailing *. — telegram van a.: sailing telegram.

afval: waste matter; pickings. — a. product: by-product,

afvaren: to saü. — de stoomboot vaart den 6en af: the steamer is due to leave on the 6th.

afvoer: carriage; shipment.

afwachten: to await.

afwachting: in a. van een gunstig antwoord verblijven wij ....: awaiting a favourable reply, we are ....

afwegen: to weigh.

afwerken: to finish. — slecht afgewerkt: of poor finish. — keurig afgewerkt:

Sluiten