Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

APPEL — BALANS

appel: voor een a. en een ei koopen: to

buy for a mere song, appoint: appoint; bill. appunto: appoint; bill. arbeidsveld: sphere of activity; sphere

of business; area. arbiter: arbitrator. — optreden als

iemands a.: to act as a person's

arbitrator. arbitrage: (wissel) a.: arbitrage. — a.

(= scheidsrechterlijke uitspraak): ar-

bitration. — tot o. overgaan: to go

to arbitration. arbitrant: ar bi trager, arceeren: to batch, artikel: article. — in een a. doen: to

handle a line. — een gezocht a. gijn: • to be much in favour; to be in great

demand.

as: per a.: by cart (= van == waggon). — per a. vervoerd: road-borne. — de goederen moeten per a. vervoerd worden: the goods must be conveyed by road.

assignatie: assignment. assigneeren: to assign. assistentie: met a. van : with the assis-

tance of. associatie: partnership, associé: partner.

associeeren: zich a. met: to enter (= to go) into partnership with.

assorteeren: to assort. — goed geassorteerd zijn in: to have a large assortment of.

assortiment: assortment.

assuradeur: insurer; underwriter.

assurantie: insurance *. — de a. bezorgen: to attend to the insurance. — y' is bij de a.: he is in the insuranceline. — a. bezorger: insurance-broker.

— a. fonds: insurance fund. — a. maatschappij: insurance company.

— a. polis: policy of insurance. — a. premie: rate of insurance. — a. rekening: account of insurance; insurance account. — a. verleenen: to take risks *.

assureeren: 1) to insure *; to under-

write; 2) to secure, attent maken op: to call attention to. auctie: auction.

authentieke acte: authentic instrument;

document under seal. aval: guarantee. — voor a. geteekende

wissel.: guaranteed bill. avaliseeren: een wissel a: to guarantee

a bill.

avalist: guarantor; surety. avance: advance. avans: advance.

averij: in jury; average. —■ a. grosse: general average. — a. particulier: particular average. —• kleine a.: small (= petty) average. — vrij van a. particulier: free * of particular average. — de a. berekenen: to adjust the average.— a. clausule: average clause. — a. zaak: average claim.

avonturen: to venture.

avontuur: venture *. — op a. varende vrachtboot: tramp.

baal: bale. — een b. katoen: a bale of cotton (= 500 1). — goederen aan b.en verkoopen: to sell under the bale. —r in b.en verpakken: to bale. —kleine b.: truss. — b.doek: (cotton) bagging. — b.tje (30—60 K.G.): ballot.

baar geld: ready money; ready coin; hard cash. — b.goud: bar gold; gold in bars. — baren goud: ingots of gold.

baas van de loods: doek superintendent. — b. op de fabriek: foreman.

B.

bagage: luggage. — b.wagen: goodsvan.

baisse: d lab. speculeeren: to speculate on (= for) a fail; to go to (as to i operate for) a fail; to bear; to go short; to sell short. — speculatie d la b.: short sale. — b-,: bearish (zie: ; baissier). — een b.: a break

baissier: bear. — de b.s: the shorts; the short contingent; the short interest of the market. — berichten van de b.s afkomstig: bearish reports. balans: balance-sheet. — de b. opma-

Sluiten