Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEZIG—BIJKOMEN.

b.: to have an entirely erroneous view of th° matter. — het staal te b.: it is an open question.

bezig: aan iets bezig zijn: to be engaged on something; to be busy doing something. — zich met de fabrikatie van een artikel b. houden: to manufacture an article.

bezijden de waarheid: not true; false.

bezit: effects. — in het b. zijn van: to be in possession of; to be in receipt of.

bezitten: to have; to own; to possess.

bezitter; owner; possessor; holder; proprietor. — b. van aandeelen: shareholder. — groot grondb.: landed propri tor.

bezittingen: assets; property; possessions.

bezocht: de vergadering van aandeelhouders werd druk b.: there was a large attendance at the general meeting of shareholders. — deze havens worden zeer druk b.: these ports are much frequented.

bezoldigen: to pay. — goed bezoldigd: well-paid; well-salaried.

bezorgen: to deliver. — pakjes b.: to

. deliver parcels. ■— de assurantie b. : to effect (= to attend to) the insurance. — assuranties b.: to effect insurances. — fonds b.: to send cover; to provide (= to find) funds. — de expeditie van iets b.: to forward something; to undertake the forward ing of something. — het incasso van een wissel b.: to collect a draft.

bezorging: delivery.

bezuinigen: to economise; to cut down (= to pare = to reduoe) expenses.

bezwaar: obstacle. — een b. uit den weg ruimen: to remove an obstacle. —■ het groote b. zijn de kosten: the great drawback is the cost. — er geen b. in zien: to have no objection. — b. maken: to make (= to raise) objections; to make difficulties.

bezwaard: zijn eigendommen zijn kolossaal b.: bis property is sadly encumbered.— methypotheek b.: mortgaged.

bezwarend: onerous.

bieden: een prijs b.: to offer a price. — hooger b. dan iemand: to outbid a person; to make a higher bid than a person; to offer a higher price than a person. — Wat biedt t/?: What is

your bid? — aan de concurrentie hel hoofd b.: to fight Competition. bieder: bidder.

biedingen doen (= geven): to make bids. — er werden lagere b. gedaan: easier bids were made.

bij: blijven b. wat men heeft gezegd: to abide by what one has said. — Wij zijn b. F. & Co.: We have an account with F. & Co. — Wij koopen het b. F. & Co.: We buy it at F. & Co/s; we buy it from F. & Co. — een rekening hebben b. een bank: to have an account at a bank.—slecht b. kas zijn: to be short of money. — niet b. kas zijn: to be out of cash. — b. het dozijn verkoopen: to sell by the dozen. — b. die gelegenheid: on that occasion. — b. dezelfde gelegenheid: at the samo time.

bijbank: branch-bank.

bijbedoeling: by-end; interested motiye

— hij heeft b.en: he has views of his

own.

bijbetalen: to pay the difference. — U moet 5 sh. b.: You must make an additional payment of 5 sh.; you must pay 5 sh. extra.

bijbetaling: additional payment; extra payment.

bijboek: subsidiary book.

bijboeken: to enter.

bijbrengen: bewijzen voor een vordering b.: to substantiate a claim.

bijdrage: contribution. —

bijdragen: to contribute. —i percentsgewijze b.: to make pro rata contributions. — in de kosten b.: to contribute towards the cost. —

bijeenbrengen: kapitaal b.: to raise capital; to provide capital.

bijeengroepeeren: to group together.

bijeenkomst: meeting.

bijeenroepen: een vergadering b.: to convene a meeting.

bijgaand schrijven: the enclosed letter.— b. stuk: the enclosed document; the enclosure.

bijhouden: to keep to date. — een register b.: to keep a register. — de boeken b.: to keep the books posted* up. — ik kan u niet b.: I cannot keep up with you.

bijkantoor: branch-office.

bijkomen: er zyn er nog heel wat bijgekomen: the number (of them) nas

Sluiten