Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOCHT—BOVENBEDOELD.

bocht: rubbish.

bod: bid. — een flink b.: a substantial bid. — een telegrafisch b. doen: to make a bid by wire. — een b. doen op : to bid for. — een hooger b. doen: to make a higher bid; to increase a bid.

— Wie doet een b. op dit artikel?: Who'11 make a bid for this article ? —

bodem: wat ook den b. en het ingeladene

moge wedervaren: ship lost or not lost. bodemerij: een b. overeenkomst sluiten :

to execute a bottomry bond. — b.

brief: bottomry bond. boedel: property. — de b.(= de failliete

b.): the insolvent estate; the debtor's

estate. — een b. beheeren: to admin-

ister an estate. boedelbeheerder: trustee, boedelberedderaar: executor. boedelbeschrijving: inventory. boedelscheiding: division of an inherit-

ance.

boek: de b.en opmaken: to balance the books. — openlegging der b.en: disclosure of the books. — in de b.en voorkomen als crediteur voor £ 100: to appear in the books as a creditor for £ 100. —> b.houden: to keep the accounts. — de b.en nazien: to examine (= to go through = to look over) one's books. — de faarlijksche afsluiting der b.en: the annual balancing of one's books. —■ de b.en afsluiten : to close the books. — te b. staan: to figure in the books.

boeken: to enter*; to pass*; to post*. — het bedrag op iemand s rekening b. : to carry the amount to one's account.

— een bedrag in het debet van iemands rekening b.: to pass (= to place) an amount to the debit of a person's account. — een post b.: to make an entry. — op nieuwe rekening b.: to carry to new account; to carry forward to new account. — conform b.: to book in conformity.

boek- en papierhandelaar: stationer.

boekhouden: book keeping.—■ enkel b.: book keeping by single entry.— dubbel b.: book-keeping by doublé entry.

boekhouder: book keeper. — b. (= mede-reeder): Managing Owner.

boeking: entry. — .... klopt niet met onze b.en: does not agree with our entries. — om gelijkluidende b. verzoeken : to ask to pass in conformity.

boekjaar: financial (= fiscal) year.

boekvorderingen: book debts.

boete: fine; surcharge.

bonafide: bona fide.

bonificatie: bonificatiori.

bondig: kort en b.: peremptory; perem-

torily; plain(ly). boodschap: message. — iemand een b.

zenden: to send a person word; to let

a person know. — b.pen doen: to do

shopping. — b.penlooper: errand boy. boord: aan b. van het stoomschip: on

board the steamer. — goederen aan b.

werken: to sling goods. — van b.

ontvangen Bremen: ex Bremen quay.

— vrij langs b.: free * alongside; — vrij aan b.: free on board.

boot: steamer *. — per b.: by steamer.

bootwerker: doek labourer; docker; doek worker.

boos: booze geruchten: ugly rumours.

bordereau: credit slip; paying - in slip.

borg: surety *. — b. zijn voor: to stand surety for. — b. worden voor: to stand surety for; to become bound for. — b. blijven voor: to be (= to become = to stand) bail for. — zich b. stellen: to pledge oneself. —■ we staan b. voor onze goederen: we stand by our goods.

— b. stellen: to find a security. borgen: to buy on trust (= on credit =

on tick).

borgstelling: security.

borgtocht: guaranty; security; bail. — persoonlijke b.: personal security. — zakelijke b.: collateral security.

bouquet (van wijn): flavour.

bouwkostenrekening: account for building costs.

bouwmaterialen: handelaar in b.: build-

er's merchant.

bouwterrein: building-site.

boven pari: above par. — b. de waarde: above the value. — 6. de 5 %: over 5 per Cent. — de prijzen gaan naar b.: prices show an upward tendency. een moeilijkheid te b. komen: to get over (= to overcome = to surmount) a difficulty. — financieele moeilijkheden te b komen: to tide over financial embarrassments. — een prijs te b. gaan: to exceed a price. — iemand s financieele krachten te b. gaan: to be beyond a person's financial capacities. — dit b.l': this side up 1

bovenbedoeld: referred to above.

Sluiten