Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPEISCHBAAR — OPMAKEN

enz.): congestion of work (of cargoes. etc), opeischbaar: claimable; demandable.

— het kapitaal is o : the capital . can be claimed.

open polis: open (= floating = contract) policy. — o. crediet: open (= blank) credit. — o. laten: to leave blank. — o. breken: to force open. — er is geen betrekking bij ons o : we have no vacancy.

openbaar: o.e verkoop: public sale.

— in het o. verkoopen: to sell by public auction. — o.e uitgifte: public issue.

openen: een filiaal o.: to start a branch. — een rekening o. bij: to open an account with (= at). — een nieuwe markt o.: to open up a new market. — Steels openden flauw : Steels had a dull opening; Steels opened dull. — een crediet o.: to open a credit, openingskoers: opening price. openlegging der boeken: disclosure of

the books. openstaan: deze rekeningen staan nog open: these accounts are still . unsettled (= unpaid). openstaande rekening: unsettled (=

open) account, openstellen: de inschrijving op een leening o.: to receive applications for shares in a loan. openvallen: to fail vacant, operatie: operation. opgaaf : statement*; return*. — opgave : verkeerde o.: mis-representation. — vólgens o.: as per advice; according to (= as per) statement, opgang: het artikel vond geen o.: the article did not take. — het maakte grooten o.: it took enormously; it made a great hit. opgescheept zitten met een artikel: to be saddled (= landed) with an article. opgeven: to state *. — (officieel) o.: to return *. — een prijs (een limiet) o.: to state a price (a limit). — een aanspraak o.: to waive a claim. — een betrekking o.: to give up (= to relinquish) a position. — Wilt U mij de adressen o.: will you kindly let me have (= hand me) the addresses. — zooals is opgegeven in Uw prijscourant: as stated in your

price-current (= as your pricecurrent has it). opgewassen zijn tegen een taak: to.be equal to a task. — hij is tegen hem o. : he is a match for him. opgewekt van toon (= o.e stemming): animated (= buoyant) tone (of the market). opgewonden: excited. opheffen: een filiaal o.: to withdraw a branch. — een staking o.: to end a strike. — een zaak o.: to discontinue (= to close) a business, opheffing: wegens o. der zaak: owing

to the closing of the business, opheldering: explanation. ophoopen: een voorraad o.: to accu-

mulate a stock, ophouden: een verzekering doen o.: to discontinue an insurance. — een partij o. (op een auctie): to buy in (= to withdraw) a lot. opjagen: de koersen o.: to buil. — de prijzen o.: to run up prices. — de prijzen (bij een auctie) o.: to raise prices; to bid up. opjager (bij een auctie): capper; puffer. opkomen: de markt is van de schokken nog niet opgekomen: the market has not yet recovered from those shocks, opkoopen: to buy up. — wissels o.:

to do bills. opleggen: schepen o.: to lay up ships. boete o.: to fine; to impose a fine (= a penalty). — een eed o.: to administer an oath. opleveren: winst o.: to pay*; to return * a profit. — niets o.: to yield no return, oplichten: to s win die. — iemand voor

£ 30 o.: to do a person for £ 30. oplichter: sharper; swindler. oploopen: de prijzen loopen op: prices are looking up (= are improving). — tot een aardig bedrag o.: to mount up to a fair amount. opmaken: de boeken o.: to balance the books. — een connossement o.: to take out (= to make out = to draw up) a B/L. — een contract o.; to draw up a contract. — de dispache-rekening o.: to adjust (= to state) the average. — een inventaris o.: to make up an inventory; to take stock. — manufacturen o.: to make up dry goods. — een polis o.:

Sluiten