Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERDRAAGBAAR — OVERVLOED

overdraagbaar: transferable * overdracht: transfer; conveyance. —

voor o. vatbaar: assignable; nego-

tiable.

overdragen: to assign; to transfer; to convey*; to endorse.

overeenbrengen: to reconcile with. — ik kan het met mijn geweten niet o.: It goes against my conscience.

overeenkomen: met iemand over iets o.: to agree with a person upon something. — er werd uitdrukkelijk overeengekomen dat: .it was expressly understood that. — niet met het monster o.: to be inferior to (= to fail short of = to be not up to) the sample.

overeenkomst: agreement; transaction;

— mondelinge o.: verbal agreement.

— ingevolge onderlinge o.: by mutual consent.

overeenkomstig de bewoordingen van het contract: in accordance with (= conformably to) the terms of the contract.

overeenstemmen: to agree; to be conform; to tally. *

overeenstemming: tot o. geraken: to come to terms; to make terms; to come to an agreement.

overgaan: in andere handen o.: to change hands. — tot een maatregel o.: to take a measure. — tot een ver-

, deeling van de activa o.: to proceed to a distribution of the assets. — de lading is overgegaan: the cargo has shifted.

overgave: tegen o. van: against surrender of.

overgebleven stukken: odds and ends.

overgekapitaliseerd: over-capitalized.

overgewicht: excess weight.

overgifte: zie: overgave.

overhalen: iemand tot zijn zienswijze o.: to bring a person round to one's views. — iemand o.: to persuade a person.

overhandigen: to hand; to deliver. overhandiging: overdraagbaar door o.:

transferable by delivery. overladen: to tranship; to reload. overlading: transhipment *. — o.s-

kosten: transhipment charges, overlaten aan: to leave to. overleg plegen met iemand: to consult

a person. — in o. met iemand han¬

delen: to act in conjunction with a

person. — met o. te werk gaan: to

deal' prudently. overleggen: documenten o.: to produce

documents. — iets met iemand o.:

to consult a person upon something. overlevingskas: tontine. overligdagen: days on demurrage. overliggeld: demurrage *. overmaat: korting voor o.: over-meas-

ure allowance. overmacht: force majeure; restraint, overmaken: to remit; to return *; to

transmit.

overmaking: transfer *; remittance. — telegraphische o.: telegraphic transfer; T. T.

overmatige inspanning: excessive (= undue) strain.

overmunten: to coin again.

overnemen: een zaak o.: to take over a business.

overpakken: to repack.

overproductie: surplus production.

overschat metaal: overvalued metal.

overschatten: to over-estimate; to overvalue.

overschepen: to tranship.

overschot: rest; surplus; remainder.

overschrijden: to exceed. — den datum o.: to overlap the date. — zijn tegoed o.: to overdraw one's account. — een limiet o.: to exceed a limit.

overschrijven: to transfer *.

overschrijvingsbiljet: transfer.

overseinen: to transmit. — (nog eens seinen): to repeat a telegram.

overslag (= schatting): estimate.

overstaan: ten o. van een notaris: before (= in the presence of) a notary public.

overstelpen met bestellingen : to overwhelm with orders.

overstroomen: een markt o.: to flood a market.

overtallig: supernumerary; superfluous.

overteekenen: to oversubscribe. overtreffen: to excel; to exceed; to

surpass. overtuigd: confident. overtuigen: to convince. overtuiging: conviction. overvleugelen: to surpass'; to outdo;

to out-trade. overvloed: abundance; profusion.

Sluiten