Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PLANK — PREMIEVPJJE

to intend. — p. van aflossing: plan

of redemption. plank: levering op de p. Bremen: ex

Brëmen quay. pleizierwissel: accommodation bill. plicht: op zijn p. passen: to attend

to one's duty. plombeeren: een waggon p.: to seal a

waggon.

plombeering: ongeschonden p.: un-

damaged seal. plombeerlood: lead seal. plotseling: sudden(ly). — p.e daling:

slump. — p. omhoog gaan: to have

a suaden rise. pointeeren: to compare accounts; to

point *.

polis: policy *. — doorloopende p.: floating policy. — voorloopige p.: cover ing-note. — een polis hebben bij een maatschappij: to have an insurance policy with a company. — een p. laten af koopen: to surrender a policy for cash. — een p. opmaken: to make out a policy. — een p. verhoogen: to increase a policy.

polsen: de markt p.: to sound the market.

pondpondsgewijze: pro rata. — p.-

bijdragen: to pay pro rata. port: postage.

portefeuille: portfolio; case. — de bank zal er wel aan doen dergelijke wissels uit hare p. te weren: the bank will be wise in keeping such bills

. out of their bill-case (= portfolio). — aandeelen in p.: uncalled (= unissued = unpaid = reserve) shares.

porti: postages.

porto: postage. — p. voor de aanteekening: registration fee.

positie: zijn p. realiseeren: to close one's accounts. — een p. reporteeren: to continue an account. — maatschappelijke p.: status. — zij hebben de Maatschappij financieel in een buitengewoon sterke p. gebracht: they have given the Company an èxceedingly strong position from a financial point of view.

post: item; post *. — de p.en pointeeren: to check the items. — een p. boeken: to make an entry. — de p. afdoen: to attend to the correspondence. •— naar de p. brengen (= op de p. doen): to post. — brie¬

ven voor de p. gereedmaken: to make up letters for the post. — de p. uit Frankrijk: the French mail *.

postbewijs: postal order.

postdateeren: to postdate.

poste restante: to be left till called for; poste restante.

posten: to post *.

posterijen: postal service.

postgids: Post-office guide.

postmerk: postmark.

postpakket: postal parcel. — als p.: by parcel post. — p.formulier: despatch note.

postpapier: letter paper; stationery.

postquitantie: postal order for collecting money on bills.

posttarieven: rates of postage.

posttrein: mail-train.

postwagen: mail cart; sorting carriage.

postwissel: money-order. — tegen toezending van p.: against money-order.

postwisselrecht: poundage.

postzak: mailbag.

postzegel: stamp. — p.verzamelaar: stamp collector.

pousseeren: een artikel p.: to push an article.

practijk: practice. — bedriegelijke p.en : sharp (= fraudulent) practices.

practisch: businesslike. — p.e kennis: practical knowledge.

praten: zij p. druk over die zaak: they are much exercised over that af fair.

precaire toestand: critical situation.

prefereeren: to prefer.

preferent: preferential *. — p. aandeel : preference share. — p. zijn boven: to rank in priority to. — p.e crediteur : secured creditor.

preferentie; preference.

premie: premium *; bonus; consideration. — dubbele p.: put and call option. — p. voor den kapitein: primage. — p. = p.affaire: option*; put; call. — p.affaire met „noch": call of more.

premiebewijs: premium-bond.

premiegeld: option money.

premiejager: stag.

premieleening: lottery loan.

premielot: lottery ticket.

premietrekking: drawing (of premiums).

premie vrije polis: paid-up policy; a policy free of premium.

Sluiten