Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHORSEN — SLEUR

schorsen: de betalingen s.: to suspend payment.

schraal: de oogst is s.: the erop is poor. schrappen: woorden in een polis s.: to

strike out (= to cancel) words in

a policy.

schreeuwend hooge prijs: famine price. schrift: op s. stellen: to commit to writing; to put down in writing. — ik zal het U op s. geven: I shall give it you in black and white.

schriftelijk: by letter; in writing. — een s.e verklaring: a written statement; a statement in writing.

schrijfbehoeften: stationery.

schrijffout: clerical error (= mistake); slip of the pen.

schrijfloon: writing-fee.

schrijf machine: typewriter; writing machine. — met de s. geschreven: typewritten.

schrijfpapier: writing paper.

schrijfwerk: clerical work.

schrijven: mijn s. van den 15e» dezer: my letter (= my respects) of the 15th inst. — Uw s. van den 15e» dezer: your letter (= your favour) of the 15th inst. —

schuit: barge. — s.je tin: block of tin.

schuitovername Huil: free* overside Huil.

schuld: 1. debt (d. w. z. bedrag dat men moet betalen); 2. guilt (d. w. z. misdaad); 3. fault (d. w. z. oorzaak van ongeluk). — s.e»; liabilities. — privé s.: private debt. — gerechtelijk vastgestelde s.: judgment debt. — zich in s.en steken: to run into debt. — s.en hebben: to have (= to owe) bills. —/diep in de s. steken: to be heavily indebted. — het is zijn s.: it is his fault; the fault lies with him.

schuldbekentenis: bond; I. O. U.; bill under one's own hand. — een s. inlossen: to discharge a bond.

schuldbrief: debenture.

schuldeischer: creditor; obligee.

schuldenaar: debtor *; obligor.

schuldenlast: liabilities; debt.

schuldig zijn: to owe. — s. aan: guilty of. — ik ben £ 25 s.: I'owe £ 25; I am £ 25 to the bad.

schuldinvordering: recovery (= collection) of a debt.

schuldvernieuwing: ren'ewal of a debt.

schuldvordering: claim.

scrip: scrip*. — s, dividend: scripdividend.

secunda: second of exchange.

seinen : to cable; to telegraph; to wire.

seinfout: telegraphic mistake.

seinpost: signalling station.

seizoen: season. — het slappe s.: the slack season. — s. artikelen: seasonable articles.

sensatie verwekken: to cause (a) sensation.

separaat: onder s. couvert: under

separate cover, sequestreeren: to arrest, serie: series. — s.en pandbrieven:

series of bonds. — bij s.en: running

landing numbers. seroen: seroon. siphon: syphon.

slag: daar zou een flinke s. te slaan zijn: a. capital stroke of business could be done there. — zij hebben den handel aldaar een gevoeligen s. toegebracht: they have dealt a serious blow to the trade at that place.

slagen in: to succeed in. — beneden een limiet s.: to succeed below a limit. — het is jammer dat hij niet beter geslaagd is: it is a pity that he has had no better success.

slap: slack ; languid; quiet. — s.pe tijd: dull time (of business); dull season.

slapende aandeelen: deferred shares.

slapte: dullness; slackness. — s. in zaken: a lull in business.

slecht: een s. artikel: a bad article. — zijn crediet is s.: his credit is low. — s.e kwaliteit: bad (= low) quality; poor value.

sleepboot: tug; steam-tug. — S1. Maatschappij: Towing Company.

sleepen: 1) (een schip) s.: to tow; 2) (met een wagen): to cart. — zich laten s.; to take towage assistance. — het s.: towage. — onkosten na zich s.: to entail expense.

sleeper: carman; carter.

sleeperswagen: cart; dray; van.

sleeploon: 1) towage; 2) cartage.

sleeptouw: op s. nemen: to tow; to take in tow.

sleeptros: hawser.

sleur: den ouden s. volgen: to tread the bea.ten path.

Sluiten