Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRANSITOGOEDEREN — UIT

ings. — de t. werd afgewikkeld: the deal was closed out.

transitogoederen: transit goods.

transitohandel: transit trade.

transitohaven: transit port.

transito-paspoort: transhipment* delivery order.

transito-rechten: transit duty; transit dues.

transitoverkeer: transit movement.

transport: transpórt; transportation. — t. £ 56: brought forward £ 56. — t. belasting: transport tax. — t. middelen: transport facilities; facilities for transport. — t. risico: transport risk.

transporteeren: J) (= vervoeren): to carry; 2) (overbrengen): to carry (= to bring) forward. — transporteere: (amount) carried forward.

trassaat: drawee.

trassant: drawer.

trasseeren: to draw.

treden: uit een firma t.: to withdraw from a firm. — in relatie t. met: to enter into relations with. — in werking t.: to take effect.

treffen: eere onderhandsch accoord t.: to make a private deed of arrangement. — iemand thuis t.: to find a person at home. — voorziening U: to make provision. — eere regeling t.: to make an arrangement. — door een faillissement getroffen worden: to be concerned (= mterested) in a bankruptcy. — hem kan geen blaam t.: he is not to blame.

trek: in t. zijn bij: to be popular (= in request = m favour) with. — zeer in t. zijn bij: to be in great favour with. — weinig in t. zijn: to be dull of sale. — minder in t. zijn: to be less appreciated. — in t. komen: to come into favour.

trekken op: to draw * (= to value) on. — naar Amerika t. : to migrate to America. — klandizie t.: to attract (= to draw) custom.— monsters t.i to sample. — het saldo t.: to strike

the balance. — eere chèque t.: to draw (= to write out) a cheque, trekker: drawer.

trekking: drawing. — jaarlijksche t.en :

yearly drawings. trekkingsdag: day of drawing; day

of issue.

trekkingslUst: list of drawings. — de

t.en nazien: to control the lists of

drawings. trekkingsplan: plan of drawing. tremmen: to trim *. — vrij aan boord

en getremd: free * on board and

trimmed. triplieaat: triplicate. tros: hawser.

trouw: goede t.: integrity. — te goeder t.: bona fide. — kwade t.: dishonesty.

trust: trust. — t. acte: trust deed.

tube: collapsible tube.

tusschendeks passagier: steerage passenger.

tusschengelegen haven: intermediate port.

tusschenhandel: commission-busmess; intermediate trade.

tusschenhandelaar: commission-agent; intermediary; middleman.

tusschenkantoor: intermediate office.

tusschenkomst: door t. van: through the iritermediary (= medium) of. — door t. van de N. O. T.: through the good offices of (= through the agency of) the N. O. T.

tusschenliggend: intermediate *.

tusschenpersoon: intermediary; mid-

' dieman; agent.

t. w. (= te weten): scil. (= to wit), tweede: in de t. hand: in second hand.

— t. klas passagier: second passenger.

— t. soort: seconds. tweedehands: second hand. — t. koopen: to buy at second hand.

tweederangs: second rate.

type: specimen. — t.-monster: type

sample; type. typen: to type. typist(e): typist.

u

uit: eere u. de 10: one in ten. — goederen er u. werken: to displace goods. — hij is er steeds op u. iemand te

bedriegen: he is always trying (= he lays himself out) to deceive some one or other. — ik heb u. uw brief

Sluiten