Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verslagen, vluchtte hij naar Turkije en werd gouverneur van Aleppo.

Bemalen noemt men het leegpompen van het water uit fundeeringsputten, door middel van een tonmolen of centrifugaalpomp of machine, ook het op peil houden van het water in polders.

Bembameer. Zie Bangweolomeer.

Bembe. Zie Limpopo.

Bembo, Pietro (1470—1547), Italiaansch geleerde en dichter, historieschrijver van Venetië en kardinaal, in wiens werken'vooral de stijl uitmunt. Hij schreef o. a.: „Historia Veneta".

Bemesting. Hieronder verstaat men het toedienen van planten voedsel aan den bodem, hetzij direct in den vorm van vloeibare of vaste meststoffen, hetzij indirect door het onderspitten of onderploegen van mos, heiplaggen, graszoden of een opzettelijk voor dat doel gezaaid landbouwgewas (lupinen, klaver, serradella). In het laatste geval spreekt men van groenbemesting. Zoolang men gebruikt maakt van de vloeibare of vaste uitwerpselen van huisdieren (paard, rund, varken, schaap, hoenders, ganzen) of van menschen (beer), of van allerlei plantaardigen of dierlijken afval, zooals de natuur die oplevert (blad, stroo, turfmolm, roet, asch, beenderen, wolvezels, enz.), bezigt men natuurlijke meststoffen. Wanneer grondstoffen fabriekmatig worden bewerkt (gemalen, gestoomd, vermengd, ontvet of i. d.), om ze daarna voor bemesting te bezigen, noemt men ze kunstmeststoffen.

Daar men bij de bemesting rekening moet houden zoowel met den aard en de hoedanigheid van den grond als met den aard en de soort van het gewas, waarvoor de mest is bestemd, is een oordeelkundige bemesting niet zoo eenvoudig als men soms meent en zeer moeilijk in algemeene regels te bepalen. Het best is, zich zelf de volgende vragen te stellen:

1°. welke voedingsstoffen bevat de bodem reeds?

2°. is de grondsoort geschikt om een te veel aan voedingsstoffen vast te leggen (te absorbeeren) voor later gebruik ?

3°. is de bemesting bedoeld voor een vroeg of een laat gewas, voor een bladgewas, een bloemgewas, een vruchtgewas, een bol- of knolgewas?

4°. kan de bemesting met bepaalde meststoffen schade doen aan het betrokken gewas ?

5°. moet men ook rekening houden met gewassen, die in combinatie met of onmiddellijk na het betrokken gewas worden geteeld?

6°. hoe is de bemesting geweest in voorafgaande jaren?

Vaak zijn proefnemingen noodig, om een afdoend antwoord op deze vragen te ontvangen. Zulke bemestingsproeven worden jaarlijks in alle land- en tuinbouwgebieden van ons land genomen onder leiding van de Rijksland- en tuinbouwconsulenten, echter ook dikwijls door vereenigingen en particulieren. Zij kunnen alleen dan waarde bezitten voor den proefnemer, als ze gepaard, gaan met een zeer nauwlettend toezicht en nauwkeurige administratie.

Behalve het aanbrengen van plantenvoedsel, heeft de bemesting vaak ook grooten invloed op de structuur van den bodem, zijn watergehalte, zijn gehalte aan humusstoffen, zijn warmtcvermogen, zijn absorptievermogen en op het bacterieleven. Dit alles maakt de keuze tusschen natuurlijke of kunstmeststoffen al reeds moeilijk. In de laatste jaren zijn vele grootere en kleinere werken over de leer der bemesting geschreven. Men zie o. a. Kok, Bemestingsleer (1920); Stienstra, Bemestingsleer voor landbouwers (1917) en idem voor tuinbouwers (1918); Roes, Rust roest (landbouwbemesting); Elema, Bodem en bemesting (1914); Wisselbak, Mest en bemesting (1921); Bijhouwer, Tuinbouwcursus I, Afd. D. Voeding en bemesting (1917).

Bemmel (1), dorp in Gelderland met c. 1600 inw. ten Z. v. Arnhem aan den Waaldijk. Bemmel (2), gemeente met c. 5900 inw., omvat de dorpen Bemmel, Angeren, Doornenburg en Ressen. Kleigrond: tarwe, tabak en kersen. Bemmel, Willem van (1630—1708),

Sluiten