Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Benedictus van Nursia. Zie Benedict ijnen.

Benedictus, Benezet St. (1165—1184), stichtte hiertoe door een visioen aangespoord, de orde der Hospitalieters in Frankrijk.

Benedictijnen, O(rdo) B., de oudste, nu nog bestaande monniksorde van West Europa, gegrond op den regel van Benedictus van Nursia, die in 529 een klooster stichtte te Montc-Cassino (tusschen Rome en Napels), in 580 door de Longobarden verwoest, doch herbouwd. Zij heeft — afgezien van herhaalde inzinkingen — een roemrijke geschiedenis, zich van politiek onthouden, de wetenschap gediend (o. a. door afschrijven van handschriften) en door onderwijs en het in cultuurbrengen van den bodem de beschaving van W. Europa bevorderd. Van den in 515 opgestelden, in 529 ingevoerden regel van Benedictus vormden volharding (in het kloosterleven), bekeering (tot armoede en kuischheid) en gehoorzaamheid aan den voor het leven gekozen abt de hoofdgeloften. Liturgische oefening (gebed en gezang) moest den arbeid afwisselen. Voor het kloostergewaad was het scapulier (een breed schouderkleed) kenmerkend; de kleur is thans zwart.

Van Italië heeft de orde zich over W. Europa uitgebreid. Willebrord en Bonifacius waren B.; ook de kloosterlingen van de Egmonder Abdij. Eerst stonden de kloosters op zichzelf; moreele inzinking dreef tot organisatie-pogingen; onder dezen is de Clunyacenser beweging (omstreeks 900) bekend. In den tijd der Hervorming zijn van ruim 15.000 kloosters 10.000 verloren gegaan. Thans is het getal tot 160 gedaald met ruim 5000 leden. De leden der orde zijn verdeeld in koormonniken (meestal priesters) en leeken; de kloosters vereenigd in 14 congregatie's met een aartsabt aan het hoofd en sinds 1893 in een allen-omvattend verband waarvan het hoofd, de abbasprimas als zaakgelastigde bij den Apostolischen Stoel optreedt; hij woont in Saa-Anselmo te Rome. De orde heeft

mannenkloosters te Merkelbeek (Z.. Limburg) en Oosterhout (N.-Br.); eerlang misschien te Lemiers (bij Vaals). Zij leggen zich vooral toe op liturgische oefening van den godsdienst. Benedictijner nonnen hebben kloosters te Driebergen en Oldenzaal.

Benedikt, Morits (1850-1920), Oostenrijksch uitgever, eigenaar van de „Neue Freie Presse", een dagblad, dat vooral tot aansluiting van Oostenrijk bij Duitschland aanspoorde.

Benedix, Roderich (1811 — 1873), Duitsch blijspeldichter en tooneelspeler, schreef blijspelen o. a. „Das bemooste Haupt", welke thans ook nog wel gewaardeerd worden.

Beneficie, aan het Latijn ontleend, beteekent gunst of voorrecht en wordt in het kerkelijk recht nog gebruikt voor inkomsten behoorend bij een kerkelijk ambt. Ook in het Nederl. burgerl. recht wordt het gebruikt in de beteekenis van „recht" (recht op beraad enz.).

Beneficie van inventaris. Zie Inventaris.

Beneke, Friedrich Eduard (1798— 1854), Duitsch wijsgeer en psycholoog, hoogleeraar te Berlijn, schreef o. a.: „Erfahrungsseelenlehre", waarin zijn philosophische richting duidelijk blijkt, en „Lehrbuch der Psychologie".

Benelli, Sem (1874 - ), Italiaansch dichter, eerst arbeider, daarna journalist, schreef eenige treurspelen.

Benes, Eduard (1884— ), Tsjechisch staatsman en socioloog, van 1909 — 1914 hoogleeraar in de staathuishoudkunde te Praag, vluchtte uit Bohemen en werkte voor de tot standkoming van de Tsjechisch-Slowakische republiek, werd hiervan in 1918 minister van Buitenlandsche Zaken.

Benevento (1), provincie in Italië, vroeger deel van de Kerkelijke Staat, vruchtbaar laagland. De hoofdstad Benevento (2), met c. 24.000 inw., het Beneventum der Romeinen, waar Pyrrhus in 275 v. Chr. verslagen werd, bezit vele oudheden: triomfboog van Trajanus; kasteel en cathedraal. In de Middeleeuwen was

Sluiten