Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benzine). Ook de distillatie van olielei (sbale) levert minderwaardige benzine.

De meeste benzine wordt gebruikt als brandstof in explosie-motoren, zoodat de productie, door het stijgend automobiel verbruik, sterk vergroot moest worden (zie ook Benzol). Vroeger vormde de benzine een lastig bijproduct, dat het brandgevaar der petroleum ver¬

grootte; tnans is net het meest waardevolle product.

Door het groote oplossend vermogen voor vetten is het een zeer belangrijk oplosmiddel geworden voor de chemische industrie en voor het extraheeren van oliehoudende zaden. Aan dezelfde eigenschappen dankt benzine zijn gebruik in de chemische wasscherijen en als vlekkenwater in de huishouding.

De productie van Noord-Amerika

steeg van o./uu.uuu Darrels (a 159 liter) in 1899 tot 50.000.000 in 1918 (waarvan 25 % werd geëxporteerd) en ruim 100.000.000 in 1921 (waarvan 10% is geëxporteerd).

Benzinger, Immanuel (1865— ), Protestantsch theoloog, woonde langen tijd in Duitschland, thans te Jeruzalem. Tot zijn werken behoort: „Hebraische Archéologie" en een uitnemende bewerking van Baedekers Gids voor Palestina.

Benzoë is een harssoort, afkomstig uit de jonge boomen van de op Sumatra, Java en Achter-Indië groeiende Styrax Benzoin Dryand. Ze bestaat uit grootere stukken van bruinachtige kleur met schelpachtigen breuk, waarin kleine korrels zitten (amandelbenzoê); soms komt ze voor in oranjeroode korrels (benzoëtranen). Benzoë ruikt sterk naar vanille, is oplosbaar in alcohol, de Siameesche ook in zwavelkoolstof; ze bevat c. 20 % benzoëzuur, 80 % harsen en een weinig aetherische oliën, vanilline en looistof. Door bepaling van smeltpunt (95°; de korrels smelten bij 85" of 75°) en andere konstanten kan men vervalschingen met dammar, storax, terpentijn of colophonium opsporen. Benzoë wordt vooral te Londen verhandeld, gewoonlijk

in met linnen bekleede kisten van c. 90 K.G. gegoten of in palmbladeren gewikkeld. De hars wordt vooral in de parfumerieindustrie gebruikt, in de medicijnen en in de kleurstofindustrie (voor anilineblauw); vroeger werd het veel gebruikt om er door sublimeeren benzoëzuur (z. a.) uit te bereiden.

Benzoëaether (C,H,COOC,H,) ontstaat uit benzoëzuur, alcohol en zoutzuur en wordt door zijn pepermuntachtigen reuk veel als reagens op alcohol gebruikt.

Benzoëtinctuur wordt verkregen door 1 deel gestampte benzoëhars met 5 deel alcohol uit te trekken. Het is een aangenaam riekende vloeistof, die wel in reukstoffen wordt verwerkt.

Benzoëzuur (C.H.COOH) werd vroeger verkregen door sublimatie van benzoëhars (zie benzoë); door apothekers wordt deze methode nog wel toegepast. Tegenwoordig wordt het bijna uitsluitend synthetisch verkregen door kokend benzol'met chloor en daarna met oververhitten stoom te behandelen. Het zuur is door stoomdistillatie te zuiveren, smelt bij 121° en sublimeert bij 250°; het wordt vooral als conserveermiddel gebruikt en in de medicijnen. De zouten heeten benzoaten.

Benzoëzuuranhydride (C,H,CO. O. CO C,H,) ontstaat uit natriumbenzoaat en benzoylchloride. Door koken met water ontstaat er benzoëzuur uit.

Benzol is een kleurlooze vloeistof met kenmerkenden reuk, welke als bijproduct gewonnen wordt bij de distillatie van steenkolenteer (z. a.), tegelijk met xylolen en toluol, waarvan het door gefractioneerde distillatie gescheiden wordt (kookpt. 80° C). Ook bij het wasschen van licht- en cokesovengas met middelolie ontstaat het en wordt uit deze oplossing door distillatie gewonnen. Het wordt soms voor dezelfde doeleinden gebruikt als benzine (z. a.) en was in Duitschland tijdens en na den oorlog een belangrijke brandstof voor motoren. De chemische formule is C,H,; het vormt den grondslag voor alle

Sluiten