Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Banggaai in Tijdschr. v. Ind. T. L. en Volkenk. II (1854), p. 63—107) en voor lateren tijd de bekende werken van de heeren Dr. P. en F. Sarasin (Reise in Celebes, 1905), J. Elbert (Die Sunda-Expedition, 1911—1912), Prof. A. Grubauer (Unter Kopfjagern in Central-Celebes, 1913), de heeren dr. A. B. Meyer en dr. O. Richter (Publikationen aus dem Königl. Ethnogr. Mus. zu Dresden, XIV, 1903) en eenige verhandelingen van dr. A. C. Kruyt, o. a. die over de To Laki van Mekongga (Tijdschr. Ind. T. L. en Vk. LXI (1922), p. 427—470) en de reis naar Kolaka, door dr. A. C. Kruyt en J. Kruyt (Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 1921^.689—704), enz. geraadpleegd.

Het aantal voorwerpen uit Zuidoost- en Oost-Celebes in 's Rijks Ethnogr. Museum is gering in vergelijking met die uit andere deelen van Celebes. Zoo ontbreken hier o. a. modellen van huizen, vischgereedschap en landbouwwerktuigen.

Zooals reeds in de inleiding van het zestiende deel van dezen Catalogus vermeld is, zijn ook de voorwerpen uit het naburige eiland Boeton hierbij gevoegd. Hiertoe behooren o. a. de eigenaardige lapjes, die daar vroeger als geld gebruikt werden.

Onder de wapens zijn bogen en pijlen merkwaardig. De oudere berichtgevers, o. a. Vosmaer, maken hiervan nog melding, terwijl zij volgens nieuwere schrijvers (Kruyt en Sarasin I, 343) thans niet meer voorkomen in die streken. De exemplaren in het Museum behooren tot een serie (150), die reeds in 1875 in net ^zit van het Museum kwam.

Ook de groepen XI en XII zijn slechts door enkele voorwerpen vertegenwoordigd, zoodat b. v. een trom het eenige muziekinstrument is, dat het Museum uit deze streken bezit.

Zeer groot daarentegen is het aantal voorwerpen uit Midden-Celebes en over dit gebied bestaat een rijke literatuur, o. a. het groote, uit drie deelen bestaande werk van Adriani en Kruyt, De Bare'e-sprekende Toradja's en alle daarvoor en daarna verschenen verhandelingen van den heer Kruyt in de Mededeelingen van het Nederlandsch Zendelinggenootschap en in andere tijdschriften. Een ander groot werk, Kaudern's „I Celebes Obygder" bereikte mij te laat, zoodat het alleen in het laatste gedeelte en voor de aanvullingen kon gebruikt worden.

Opvallend is voor Midden-Celebes het gebruik van boomschors als kleeding. Dit onderwerp is trouwens reeds in 1903 door de heeren Adriani en Kruyt in eene monographie behandeld. Vooral het buffelkopmotief speelt hierbij als ornament een voorname rol, zooals ook in het bovengenoemde Zweedsche werk van Kaudern door illustraties aangetoond werd.

Bij het nazien der drukproeven hebben de Conservator Dr. W. H. Rassers, Mejuffrouw C. J. Hozee en de heer A. B. Hozee hunne medewerking verleend, terwijl Mejuffrouw Hozee mij tevens hielp met het vervaardigen der Registers. Hun hulp wordt hierbij dankbaar erkend.

Leiden, Juni 1925.

Dr. H. H. JUYNBOLL.

Sluiten