Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diagonaal vlechtwerk bevestigd aan de schacht van bruin hout. Op een Dajaksch blaasroer gelijkend, doch niet uitgehold. Z. L. 228, L punt 33,5, br. 4,5, dm. schacht 1,8 cM.

1456/52, Lans, als voren, doch de punt ruitvormig1), met eenigszins concave onderzijden, overgaande in een korten, platten steel met twee paren rondgaande Kroeven en daaronder een kegelvormige bus, die op de schacht past, alles uit één stuk. Schacht van palmhout, cylindervormig, het boveneinde tonvormig verdikt. Tosada (Sanggala Toradja's), Soso.

L. punt 40,5, br. 5,8, 1. schacht 162, dm. 2,1 cM.

321/8*). Als voren, doch de punt als het lemmet van een zwaard met convexe snede en'van onderen scherpen en concaven, van boven stompen en convexen rug, geleidelijk overgaande in de kegelvormige bus. De schacht van donkerbruin hout. Z. (?).

Lv punt 39,7, br. 4,5, 1. schacht 153, dm. 3,3 cM.

024/1:6—57 s). Lansen, als voren, doch de punt rietbladvormig, langs het midden het dikst. De schacht van grijsbruin hout, het ondereinde bij n». 57 met vezelkoord omwonden, n°. 56 met een geelkoperen, geribde bus. Z.

L. punt 28,5 en 29,1, br. 2,5, L. schacht 151 en 152, dm. 2,1 en 2,2 cM.

202/11. Lans, als voren, de punt rietbladvormig, geleidelijk in den cylindervormigen steel overgaande. Schacht van donkerbruin hout, het boveneinde afgebroken. Bus van roodkoper met kraagvormigen ring aan het ondereinde. Saleier.

L. punt 21,2, br. 1,5, 1. schacht 139,5, dm. 1,5 cM.

•100/747 *)• Als voren (Boeg. toemba % model, de punt smal met middenrug, de beide sneden van boven puntig uitloopend. De steel in het midden ojiefvormig verdikt. Zeer korte schacht van bruin hout, zonder bus. Makassar.

L. punt 19, br. 2,6, l. schacht 24,2, dm. 1,7 cM.

1526/5»). Als voren, de punt zeer ruw, lancetvormig met twee verdikkingen als steel. Schacht van effen geel hout, het boveneinde achthoekig en puntig, het ondereinde met zilveren (?) bus, waaraan rondgaande verdikkingen en kraag. Scheede van hout het onder- en boveneinde ovaal, kegelvormig verdikt en met zwart gemaakte rondgaande groeve; het middelste deel met zwart garen omwoeld. Djampoewa, G-oiva.

L. totaal 247, 1. punt 30, br. 3,2, dm. schacht 3 cM.

1526/7»). Als voren, doch de punt bladvormig, driehoekig, aan weerszijden beitelvormie geslepen; steel met rondgaande verdikking. Schacht van geel hout, cylindervormig, naar boven dunner met dikkere kegelvormige punt; hieraan een cylindervormig busje met rondgaande groeven en bladornament. Onder aan de schacht een geelkoperen bus, achtkantig tusschen cylindervormige ringen; uitgestulpte kraag en ruw ingegrifte cirkelbogen. Scheede van bruin hout, in doorsnede ovaal en dunner, van boven met vaasvormig, van onderen met cylindervormig uiteinde, met zilver Dekleed. Djampoewa, Gowa.

L. totaal 232, 1. punt 26, br. 2,9, dm. schacht 2,5 cM.

1526/0. Als voren, doch de punt fraai gedamasceerd, beitelvormig geslepen; steel kort en rond met rondgaande verdikking en voet. De schacht van geelbrum hout, cylindervormig, het boveneinde dunner en tonvormig, met bus van soeasa met zilveren kraag en onderrand; de bus aan het ondereinde achtkantig met ïngegrute

1) Sarasin, Reisen in Celebes, I, 267, 268 de tweede figuur links. - Meyer und Richter, Celebes, I, p. 109 (507) met pl. XXV, fig. 10.

2) Serie 321 aankoop Sept 1882.

3) Serie 924 aankoop Jan. 1893.

4) Cat. Tent. Par. n°. 339.

5) Matthes, Boeg. Wdb. 300, s. v. 2° toembd.

6) Serie 1526 don. N. Ind. Regeering, April 1906.

7) Vgl. Matthes, Atlas, pl. VIII, fig. 12.

Sluiten