Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1239/152. Lans, als voren, de punt van boven het breedst, geleidelijk overgaande in den cylindervormigen, van twee rondgaande ruggen voorzienen steel. Schacht van roodbruin hout, over het grootste gedeelte met ingesneden ringen. Breede zilveren bus, door twee ruggen in drie deelen verdeeld, waarvan de beide buitenste met horizontale, het middelste met schuine, met bladkrulvormig drijfwerk versierde banden gevuld is. Het ondereinde meloenvormig verdikt. De kraag met ingesneden verticale lijnen en kruisen. — Afkomstig van de expeditie tegen Bone, 1824. Z.

L. 230, 1. punt 27,2, br. 3, dm. schacht 2 cM.

124/6. Als voren, de punt als bij n°. 1239/152, doch de steel met twee flauwe horizontale insnijdingen. De schacht van bruin palmhout, over het grootste gedeelte geringd, het boveneinde effen en kegelvormig uitloopend. Geelkoperen bus met ingegrifte bladfiguren, van onderen verdikt, de kraag als voren. Scheede van bruin hout met verdikte uiteinden, het midden spiraalvormig met rotanreepen omwonden. Z.

L. 202, 1. punt 22,9, br. 3, dm. schacht 2,3 cM.

536/7. Als voren, doch de punt zeer oud, gedeeltelijk verteerd en met sporen van zilveren damasceering, van boven het breedst, met korten cylindervormigen steel. Schacht van lichtbruin hout, bijna over de geheele lengte met een spiraalvormigen band van bladzilver beslagen; ondereinde met een zilveren bus, wier uiteinden met gedreven bladornamenten versierd zijn, het ondereinde meloenvormig verdikt, de kraag herhaaldelijk uitgeschulpt. Zonder scheede Z.

L. 213, 1. punt 23,7, br. 1,4, dm. schacht 2,5 cM.

360/5353 Als voren, doch de punt in het bovenste gedeelte aan weerszijden van den rug hol geslepen, de steel tongvormig in het ijzer vooruitstekend, met twee rondgaande diepe groeven. De schacht van lichtbruin hout, bijna over de geheele oppervlakte met dakpanvormige, het boveneinde met netvormige insnijdingen, het ondereinde effen en achthoekig, puntig uitloopend. Breede zilveren bus, de uiteinden versierd met driehoeken en reliëf, die met gedreven bladranken gevuld zijn. De kraag bladvormig uitgeschulpt. Makassar.

L. 249, 1. punt 294, br. 3,4, dm. schacht 2,3 cM. Zie pl. VIII, fig. 7.

964/19. Als voren, doch de punt langwerpig bladvormig, goed gedamasceerd in golfpatroon, nabij het boveneinde het breedst, de beide sneden concaaf en in een scherp uitsteeksel eindigend; aan weerszijden is het figuur der punt door eene groeve herhaald. De korte steel omgekeerd beker- of vaasvormig met twee ringvormige groeven. Schacht van bruin hout, met uitzondering van het stompe, omgekeerd kolfvormige boveneinde, rietvormig met vele geledingen, waarin overlangsche groefjes, uitgesneden. Bus van zilver met twee ringvormige ruggen, van onderen meloenvormig verdikt, de kraag met verticale insnijdingen. Scheede van lichtbruin hout, uit twee, met rietreepen omwoelde en aan elkaar verbonden helften bestaande, met verdikte uiteinden, blijkbaar niet bij de lans behoorende. Z. (?).

L. 214,5, !• P""1 a3i7i Dr> 3i3> ^m. scb*cht 2 cM.

368/12. Als voren, doch de punt van boven met scherpen hoeken. De steel cylindervormig met vier naar boven gerichte puntige uitsteeksels. Schacht van roodbruin hout met ingesneden ringen. Breede zilveren bus, van boven en onderen met bladvormig drijfwerk versierd, het ondereinde meloenvormig verdikt. Zonder scheede. Z. (?).

L. 186, 1. punt 25,6, br. 4,2, dm. schacht 2,2 cM. Zie pl. VIII, fig. 8.

1239/154. Als voren, de punt van boven het breedst en daar verdikt. Korte steel, waarboven een dikke ijzeren band met twee, naar onderen gewende hoornvormige uitsteeksels. De schacht van gepolijst donkerbruin hout, geringd, behalve het boveneinde, dat met een zilveren schoen bedekt is. Bus van zilver, het midden met gesti-

1) Serie 360 afkomstig uit het Kabinet van Zeldzaamheden te 's Gravenhage, 1883.

Sluiten