Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerde Arabische karakters en tooverfiguren (djimaf), de uiteinden met bladfiguren geïncrusteerd. Z.

L. 255, 1. punt 30,9, br. 3, dm. schacht 2,5 cM.

1239/150. Lans, als voren, de punt van boven het breedst en daar aan weerskanten bladvormig uitgesneden, met een rond gat aan beide sneden. Korte steel met middenrug. De schacht van bruin hout, geringd en van groeven in de lengte voorzien, behalve het boveneinde, dat effen is en puntig uitloopt in het ondereinde. Geelkoperen bus met vischgraatvormige ruggen, het ondereinde meloenvormig verdikt. De kraag herhaaldelijk uitgeschulpt. Z.

L. 223, 1. punt 27,2, br. 4,5, dm. schacht 2,2 cM.

Zie pl. VIII, fig. 2.

306/24. Als voren, doch de punt in doorsnede ruitvormig, de steel achthoekig, zonder groeven of ruggen. Schacht van zwart palmhout, cylindervormig, het ondereinde met een zwarten haarbos versierd. Bus van geelkoper, met drie rondgaande ruggen en effen kraag. Z. (?).

L. 216, 1. punt 32,1, br. 1,5, dm. schacht 2,1 cM.

37/210. Als voren (tidjaroe1), de punt ruitvormig in doorsnede, gedamasceerd, korte cylindervormige steel met groeve; schacht van palmhout, met geelkoperen bus, met kraag en versiering (panda*) sambawa) van ingedreven kruisbloemen binnen ruiten; daarboven een ring van hars. Nabij het boveneinde eene afhangende versiering van paarden (?) haren (banrangang onderaan met een lederen getand kapje vastgehouden. Z.

L. punt 25, br. 1,6, 1. schacht 201, dm. 1,9 cM.

182/30 *). Als voren, de punt van boven het breedst, effen, met middenrug, de vorm der punt aan het bovenste gedeelte en bas reliëf herhaald. De steel achthoekig,, met twee groeven. De schacht van bruin palmhout, het boveneinde met roode haarbossen versierd, het ondereinde verdikt; breede, zilveren bus, met meloenvormig verdikt ondereinde en kraag. Z. (?).

L- 245i5» !• punt 26, br. 3, dm. schacht 2,5 cM.

182/29. Als voren, doch de punt ruitvormig in doorsnede, de steel cylindervormig met twee ruggen. Schacht van bruin hout, het boveneinde verdikt en daaronder roode haarbossen. Bus van zilver, het boveneinde met schubfiguren, het ondereinde met bladvormig drijfwerk versierd. Smalle kraag. Makassar. *

L. 249, 1. punt 24,7, br. 1,5, dm. schacht 2,2 cM.

368/11. Als voren, de punt van boven het breedst en daar van een puntig tusschen *w-jj ron"e Ultsteeksels voorzien, met twee ronde gaatjes aan weerskanten van den middenrug. De steel met vele groeven, tongvormig in de punt vooruitstekend. De schacht van donkerbruin hout, over het grootste gedeelte geringd en van dakpanvormige insnijdingen voorzien, het boveneinde achtkantig. Bovenaan bundels rood geverfd paardenhaar, boven een kapje van zwart katoen bevestigd. Bus van enen zilver, door twee zilveren ringen begrensd. Z. (?).

L. 195, 1. punt 26,4, br. 3,7, dm. schacht 2,2 cM.

I525l3°- .Als voren, de punt van boven het breedst, zonder uitsteeksels, gedamasceerd, geleidelijk overgaande in den korten steel, die van eene diepe gleuf voorzien is. De schacht van bruin hout, over het grootste deel geringd en tevens van verticale insnijdingen voorzien. Bovenaan een bundel grijze, zwarte en enkele rood gekleurde naren. Breede geelkoperen bus, met gedreven bladfiguren versierd, onderaan driehoeken. De kraag met verticale insnijdingen. Z. (?). L. 203, 1. punt 23,4, br. 2,1, dm. schacht 2 cM.

1) Matthes, Mak. Wdb. 432, s. v. tidjirróe met Atlas, pl. VIII,

2) O. c. 148, s. v. fandó.

3) O. c. 264, s. v. banrSrtgang met Atlas, pl. VIII, fig. 2a.

4) Serie 182 aankoop Aug. 1877.

Sluiten