Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het boveneinde tot een cylindervormigen steel verbonden. Korte schacht van lichtbruin hout, zonder bus en versiering. Makassar. L. 38,7, L punt 14,6, br. 2,5, dm. schacht 1,6 cM.

g. De punt priemvormig, de schacht van hout.

37/211. Lans (pamoeloe1), als voren, doch de punt lang en dun, in doorsnede vierkant, het ondereinde pyramidevormig; schacht van bruin hout, het ondereinde met rotan omwikkeld. Z.

L. punt 28,5, dm. 0,7, 1. schacht 180, dm. 1,2 cM.

37/212. Als voren (pamoeloe), doch de punt naaldvormig, het ondereinde vierhoekig; schacht van bruin hout, steelring van tin(?); van boven eene versiering (barangang*) van kort geknipte haren, waarover eene pluim afhangt; onder en boven de versiering eene touwomwinding. Z.

L. punt 24, dm. 0,9, 1. schacht 191, dm. 1,5 cM.

37/214. Als voren (pamoe/oe), de punt van denzelfden vorm, doch van geelkoper; schacht van palmhout; geelkoperen bus met afgeronden kraag. Op de schacht eene versiering van veeren en paardenhaar, met grijs touw vastgebonden. Scheede in den vorm van een kokertje. Z.

L. punt 25, dm. 0,4, 1. schacht 181, dm. 1,2 cM.

37/213. Als voren (pamoe/oe), de punt als die van n°. 214, doch de schacht over het grootste deel geringd; op de schacht eene versiering (barangang) van kort geknipt bokkenhaar, waarover een pluim van paardenhaar afhangt. De bus als voren. Z.

L. punt 23, dm. 0,4, 1. schacht 193, dm. 1,3 cM.

321/9. Als voren, doch "de punt van ijzer, de schacht van donkerbruin hout met geledingen. Geelkoperen effen bus. Versiering met vederen aan het boveneinde. Z. L. 208, 1. punt" 30,7, dm. 0,5, dm. schacht 1,5 cM.

2. Krissen').

a. Met eenvoudig recht lemmet en houten, beenen of ivoren greep.

,65/6*) Kris, het lemmet recht, golfvormig gedamasceerd, met gandja. Cylindervormige greep van rood gekleurd hout, het ondereinde recht en dik, het boveneinde dunner l>ijna in een rechten hoek omgebogen, krukvormig uitloopend. Scheede van geelkoper, huis van lichtbruin hout, schuitvormig met omhöoggebogen uiteinden (Javaansch). Z. |

L. 41,5, 1. lemmet 30, br. 6,5, 1. scheede 37,5, 1- buis 18,4 cM.

206/3 6) Als voren, het lemmet gedamasceerd, driehoekig9); het boveneinde aan de eene zijde stomp en recht, aan de andere scherp. Greep van bruin hout in den vorm van een hurkenden gestileerden Garoeda met over elkaar geslagen armen. Steelring van geelkoper, komvormig met twee getande randen. Scheede van brum hout, in doorsnede scherp ovaal met weinig uitstekend schoentje, waarboven eene breede omwikkeling van zwart snoer; afzonderlijk, breed, bootvormig mondstuk, aan eene zijde afgerond, aan de andere schuin afgesneden. Z.

L. lemmet 35, br. 8, 1. greep 9, 1. scheede 39, br. 4—14 cM.

37/226 Als voren, het lemmet gedamasceerd, van denzelfden vorm als dat van n° 296/3 f). Greep van bruin hout, in den vorm van een hondepenis; steelring van

1) Matthes, Mak. Wdb. 139, s. v. pamotlóe met Atlas, pl. VIII, fig. 14.

2) Matthfs, Atlas, pl. VIII, fig. 4. , „. .

3) van HoftVKlx, Der Kris van Süd-Celeies (/. A. f. E. XVIII, 64-67). — Loebèr, Houtsnijwerk en metaalbewerking, pl. XXXVII.

4) Serie 365 aankoop Maart 1883.

5) Serie 296 aankoop Maart 1882.

6) Vgl. Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 3-

7) Vgl. Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 2.

Sluiten