Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«68/24 Kris, als voren, het lemmet fraai gedamasceerd met awaraircpcu, *cw flauw gevlamd; van boven aan de eene zijde een getande krul, ook aan de andere ziide en aan den gandja tanden. Greep als voren i), doch met zeer hjn snijwerk versierd: steelring van geel en rood koper met fijne reliefroosjes. De scheede geheel met rood koper bekleed, het mondstuk van bruin, gevlamd hout, beide zijden afgerond, aan de eene een uitsteeksel, van boven concaaf. Z.

L. lemmet 37,5, br. 8, 1. greep 9, 1. scheede 44, br. 2,5—14 cM.

027/4*) Als voren, doch het lemmet met twaalf duidelijke bochten, het boveneinde als voren, doch met twee korte bloedgroeven. De greep als voren, van donkerbruin hout, doch minder fraai uitgesneden. Bolvormige, zilveren steelring. Scheede van lichtbruin hout, van onderen afgerond. Het huis geheel overeenkomende met dat van 368/24. Z. (?).

L. 45,5, L lemmet 34,4, br. 6,8, L greep 7,5, dm. 3,2, L, scheede 37, br. 3,8 14 cM. 16/7 «5 Als voren, doch het lemmet met zeven bochten, de punt afgebroken, het boveneinde als voren, doch zonder bloedgroeven. Greep als voren, van bruin hout, fraai uitgesneden. Scheede van lichtbruin hout, met vooruitstekenden schoen en daarboven met rotanreepen omwoeld. Huis van donkerbruin hout, de eene zijde algerond, de andere recht afgesneden, met vooruitstekende bovenhoeken. Makassar. L. lemmet 24,2, br. 6,2, 1. greep 8,5, dm. 2,7, 1. scheede 25,2, br. 3,1—12,5 cM. 1230/180. Als voren, doch het lemmet met negen bochten, gedamasceerd met langsstrepen, van boven met twee korte bloedgroeven; aan de eene snede een haakvormig uitsteeksel, aan de andere de gandja flauw getand. Greep als voren *), doch niet met snijwerk versierd; kegelvormige, hoornen steelring. Scheede en huis van gevlamd hout, de eerste van onderen afgerond. Het huis niervormig, doch de bovenrand flauw concaaf. Z.

L. lemmet 36, br. 7,5, L greep 9,5, 1. scheede 42, br. 2,5—14,5 cM. 027/3. Als voren, het lemmet met dat van 1239/180 overeenkomend. De greep van donkerbruin hout, de Garoeda geheel met snijwerk versierd behalve de spitse snavel. Züveren, bolvormige steelring, met bloemvormig drijfwerk versierd. Scheede als voren, doch het huis van roodbruin hout, smal, de eene zijde afgerond, in de andere zijde eene diepe inkeping, de bovenhoeken vooruitstekend. Z. (?). L. 47,5, 1. lemmet 37,2, br. 8,2, 1. greep 8, dm. 3, 1. scheede 39,2, br. 4—15,2 206/7 Als voren, het lemmet gedamasceerd met negen flauwe bochten; bovenaan aan de eene zijde een krui (Kémbang katjang) en twee tanden (lambe gadjah) aan de andere zijde tanden aan het lemmet en de gandja, de laatste gegroefd. Greep als voren, fraai met snijwerk versierd en weinig gestileerd. Roodkoperen, kegelvormige steelring met Teuefversiering. Scheede en huis uit één stuk gevlamd, roodbruin hout, de eerste van onderen afgerond, het laatste niervormig 4). Z. L. lemmet 36, br. 8,5, 1. greep 9, 1. scheede 36,5, br. 3—II cM. Zie pl. IX, afb. 1.

«06/e.. Als voren, het lemmet met zeven zeer flauwe bochten, sterk afgesleten. Van boven aan de eene snede een puntige en twee flauwe tanden. Greep van roodbruin hout, zeer gestileerd, zonder versiering. Geelkoperen steelnng, plat kegelvormig met groeven. Scheede van roodbruin hout, met puntig schoentje, gevolgd door eene breede omwikkeling met dun zwart touw. Het mondstuk aan de eene zijde afgerond, aan de andere recht afgesneden, met oploopende bovenhoeken. Z.

L. lemmet 35,5, br. 8, 1. greep 9, 1. scheede 40, br. 3—14 cM.

1 «00/611. Als voren, het lemmet gedamasceerd met golflijnen, die nabij het boveneinde onregelmatige figuren omsluiten, met negen bochten. Het boveneinde als voren,

1) /. A. f. E. XVIII, 64.

2) Serie 927 aankoop Febr. 1893.

3) I. A. f. E. III, 110, fig. 15*.

4) /. A.f. E. XVIII, 64, fig. 3.

Sluiten