Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voren, doch van roodbruin hout. Om de scheede omwikkelingen van dun koord en van breeder band, die een gedeeltelijk vergulden draagsnoer bevestigen. Z. L. lemmet 38, br. 8,5, L greep 7, L scheede 40, br. 2,5—13 cM.

730/6. Kris, als voren, doch het lemmet met negen duidelijke bochten. Boven aan de eene snede een stomp uitsteeksel en twee flauwe tanden. Zonder gandja. Greep als voren, doch onversierd. Effen, komvormige, geelkoperen steelring, van onderen verdikt. Scheede en huis uit één stuk bruin hout, de eerste met schoen en daarboven eene rotanomwinding. Draagsnoer van rood katoen, door een katoenen band bevestigd. Makassar.

L. lemmet 33, br. 5,5, 1. greep 7, dm. 2, I. scheede 35, br. 4—14 cM.

1200/14 Als voren, doch het lemmet met zeven bochten, gedamasceerd. Bovenaan aan de eene zijde een getande krul (kêmbang katjang) en een land (lambe gadjah), aan de andere snede en aan den gandja scherpe tanden. Greep van bruin, gepolijst hout, als voren. Roodkoperen (?) vaasvormige steelring met drie parelranden en daartusschen bloemen en bladranken en reliëf. Scheede van bruin, huis en schoen van geel hout. Het huis aan de eene zijde afgerond, aan de andere recht afgesneden, van boven concaaf. Zonder draagband. Z.

L. lemmet 35, br. 8, 1. greep 8,5, dm. 3,5, 1. scheede 35,5, br. 3,6—14 cM.

1239/168. Als voren, het lemmet en de greep overeenkomend met die van 1200/14, doch de steelring van geelkoper, plat kegelvormig met groeven. Scheede *) van bruin hout, met afzonderlijk schoentje en huis van roodbruin hout, het laatste aan beide zijden afgerond, met oploopende bovenhoeken. Z.

L. lemmet 36,5, br. 8, 1. greep 8,5, 1. scheede 40, br. 5—16 cM.

1200/13. Als voren, doch het lemmet met drie flauwe bochten, zonder krul of tanden. Greep van roodbruin hout, als voren. Komvormige, geelkoperen steelring met ringetje er onder. Scheede van onderen met rotanreepen, van boven met rood katoen omwoeld, waardoor een gordelstrik wordt vastgehouden. Huis van roodbruin, gevlamd hout, de eene zijde afgerond, de andere recht afgesneden. Z.

L. lemmet 35, br. 7,7, 1. greep 7,5, dm. 3,6, 1. scheede 37, br. 4,7—14 cM.

1339/170. Als voren, doch het lemmet fraai gedamasceerd, met zeven bochten. Bovenaan aan de eene zijde een krul en twee tanden, de gandja aan de tegenovergestelde zijde gekarteld. Greep van geel palmhout, als voren; steelring van geelkoper met gedreven ornament en rijen ingezette, roode steentjes. Scheede van gevlamd, bruin hout; afzonderlijk, puntig schoentje en mondstuk van geel hout. Omgewonden paars, gevlochten draagsnoer. Z.

L. lemmet 34,5, br. 7, 1. greep 8, 1. scheede 40, br. 4,5—17 cM.

1160/4. Als voren, doch het lemmet ruw gedamasceerd, met vijf bochten (lamba üma s), de krul aan de bovenzijde der eene snede en de gandja aan de tegenovergestelde zijde gekarteld. Greep als voren, tulpvormige, tinnen steelring met ingekraste bloemfiguren. Scheede van bruin hout, met klein schoentje; mondstuk van geel palmhout Zonder draagband. Mandar.

L. lemmet 35, br. 5,5, 1. greep 7, L scheede 29, br. 3,5—10,5 cM.

730/7. Als voren, doch het lemmet met zeven flauwe bochten. Bovenaan aan de eene zijde een scherpe en een flauwe tand, de gandja en de snede daaronder niet getand. Greep als voren, van donkerbruin hout. Komvormige, geelkoperen steelring met geciseleerde bloem- en bladfiguren en daaronder een paarlrand. Scheede van donkerbruin hout met vooruitstekenden schoen en daarboven met rotanreepen omwonden. Bovenaan eene omwinding met katoen, waardoor een met geelkoper bekleede draagband wordt vastgehouden. Huis van geelbruin hout, de eene zijde afgerond, de andere schuin afgesneden, van boven concaaf. Makassar.

L. lemmet 30,5, br. 6, 1. greep 6, dm. 3,8, 1. scheede 31,5, br. 3,5—13 cM.

1) Serie 1300 aankoop Nov. 1898.

2) /. A. f. E. III, 110, fig. 36.

3) Matthes, Mak. Wdb. 642, s. v. i° lamba met Atlas, pL VII, fig. 5—6.

Sluiten