Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1026/752—753 Zwaard, als voren, het lemmet als dat van n°. 1239/65, doch de greep plat, van zwart hout, naar boven zeer verbreed en diep uitgesneden»). Scheede van donkerbruin hout, met een rotanreep (753) of bijna geheel met roodbruine reepen omwoeld (752); n°. 752 met vooruitstekenden metalen (?) schoen. Z.

L. 63 en 64,5, 1. lemmet 44 en 47,5, br. 2,5 en 2,3, L greep 19 en 17, br. 8,2 en 7,5, L scheede 48,5, br. 3,5 en 4 cM.

360/5845. Als voren, doch het lemmet breeder en minder goed gedamasceerd. De greep van bruin hout met vooruitstekende, van twee insnijdingen voorziene stootPlaat. Het boveneinde als voren, doch de inkeping kleiner. De scheede van donkerbruin hout, van boven eenigszins verbreed, de benedenhelft met rotanreepen omwoeld, met vooruitstekenden schoen. Z.")

L. 63, L lemmet 46, 1. greep 17, br. 7,7, 1. scheede 48,5, br. 4,5 cM. 1026/751 Als voren, het lemmet en de greep als voren, doch de steelring van zilver, van onderen verdikt en met bloemen en bladranken, van boven met twee rijen ruiten versierd. De scheede geheel met rotanreepen omwonden, behalve het boveneinde, dat met rood en oranje katoen omwoeld is. Platte, züveren (?) schoen. Z. L. 58, 1. lemmet 42,5, L greep 15,5, br. 7, L scheede 43, br. 3,5 cM. 1026/750. Als voren, het lemmet en de greep als bij n«. 751, doch de zilveren steelring in het verdikte ondereinde met een netpatroon, daarboven met driehoekige bladfiguren en reliëf, het boveneinde met rondgaande ruggen en twee rijen uitstekende punten in ruiten versierd. De scheede van bruin hout, het boveneinde met züver bekleed, waarin bloemen en bladfiguren geciseleerd zijn. Vooruitstekende, züveren (?) schoen. Z.

L. 66,5, 1. lemmet 47, br. 2,3, 1. greep 19,5, br. 8, 1. scheede 47, br. 4,5 1026/749. Als voren, het lemmet en de greep als bij n°. 75°, doch de züveren steelring in het verdikte ondereinde versierd met zandloopers en reltef, daarboven met bladfiguren en kruUen en het boveneinde met uitstekende punten tusschen dwarsruggen. De scheede, behalve het boveneinde en een gedeelte van het ondereinde, met roode reepen overtrokken, van bruin hout, de vooruitstekende schoen van koper. Z.

L. 70,5, 1. lemmet 51, br. 2,6, 1. greep 19,5, br. 8, 1. scheede 52,5, br. 4,6 cM. 1026/747—748. Als voren, het lemmet en de greep als voren, doch de steelring van onderen met bladfiguren, van boven met twee rijen ruiten goud op zwarten grond, versierd. De scheede geheel met roode (748) of bijna geheel met bruine (747) rotanreepen omwonden, behalve de mond en de schoen, die met gouden bladeren en bladranken op zwarten grond versierd zijn. Door omwinding met gebloemd (747) of rood "(748) katoen is een, in twee lussen uiüoopende, roode draagband bevestigd. Z. .01 L. 70 en 68, 1. lemmet 51 en 47,5, br. 2,2 en 2,4, 1. greep 19 en 20,5, br. 8,2 en 9, 1. scheede 54 en 49, br. 4,4 en 4,7 cM. Zie pl. X, fig. 2 (1926/748). 27/224*) Als voren, het lemmet gedamasceerd, antiek, rug en snede recht en evenwijdig, de eerste met convexen boog in de punt overgaand. Greep van zwart hout, eerst ovaal, daarna plat trapeziumvormig, het boveneinde uitgekeept; naar onderen verbreed en met züver bekleed, waarin gedreven rozetten, bloemornament en groeven. Scheede recht, bijna geheel met zwarte rotanreepen omwoeld; onderaan klein, puntig schoentje, met züver bekleed, bovenaan eenigszins verwijd, eveneens met zilverbekleeding. Z.

L. lemmet 48, br. 2, L greep 15,5, 1. scheede 53, br. 3—5 cM.

1) Serie 1926 don. Bat Gen. v. K. en W. Juli 1916.

2) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 14-

3) De herkomstopgave Javaansch" in den inventaris is geheel verkeerd.

4) Matthes, Atlas, pL VII, fig. 15 en 15a.

Sluiten