Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35Ï/371)- Zwaard, als voren, het lemmet goed gedamasceerd, naar onderen breeder wordend, de rug door een convexen boog met de punt vereenigd. Greep van donkerbruin hout, naar de snedezijde gebogen, van boven verbreed en viermaal ingekeept. Het rechte benedengedeelte met zilver overtrokken, waarin bloemen, bladranken en driehoeken gedreven zijn. Scheede van donkerbruin palmhout, de schoen en de mond verbreed, op zeven plaatsen met paren rotanreepen en van boven met vezelkoord omwonden. Twee doorboorde ruggen aan het boveneinde dienen ter bevestiging van den draagband van ruw, rood, zwart en blauw gestreept katoen, met ijzeren haak. Z. (?).

L. lemmet 45, br. 4,1, L greep 14,5, 1. scheede 48, br. 5,3—7,6 cM.

1249/14. Als voren, het lemmet flauw gebogen, gedamasceerd, over de onderste helft tweesnijdend met scherpe punt, naar boven aan de snedezijde verbreed. Greep van bruin hout, cylindervormig, flauw gebogen, onderaan met pareerstang van zwart hout, boven met knopvormige verdikking, beide door een zilveren beugel verbonden. Zonder scheede. Z. (?).

L. lemmet 51, br. 3,5, 1. greep 11 cM.

I44/1 *)• Als voren, doch het lemmet met concaven rug en convexe snede. De snede onder de greep dik, overigens scherp. De rug door een schuine lijn met eenige uitsteeksels en inkepingen met de punt vereenigd. Langs het grootste gedeelte van den rug twee en langs het verbreede ondereinde eene bloedgroeve. IJzeren pareerstang en beugel. Greep van lichtbruin hout; het verdikte uiteinde naar de snedezijde gebogen, met een ijzeren schroef aan het lemmet bevestigd. Het ondereinde der greep met geelkoper belegd. Scheede van lichtbruin hout, van onderen afgerond. Makassar.

L. lemmet 51, br. 4,9, L greep 12, L scheede 54,6, br. 5,2 cM.

730/17. Als voren, het lemmet gedamasceerd, in het midden hol geslepen. De rug flauw concaaf, naar onderen geleidelijk scherp wordend en door een convexen boog met de snede verbonden. Greep van zwart hout, naar de snedezijde gebogen en verdikt. Het uiteinde met zilver beslagen, waarin een bloem geciseleerd is. Het ondereinde met zilverdraad en daaronder met zilver omwonden, waarin een driehoekmotief geciseleerd is, de onderrand uitstekend. Scheede van bruin hout, met hertepootvormigen schoen en hoornen mondstuk, grootendeels met reepen omwoeld. Door twee ruggen is een draagband van touw geregen. Z. (?).

L. lemmet 50, br. 3,5, 1. greep 12,5, 1. scheede 52, br. 5 cM. Zie pl. X, fig. 1.

924/65. Als voren, doch het lemmet recht, gedamasceerd, puntig uitloopend, in de onderste helft tweesnijdend, met eene bloedgroeve aan beide zijden langs het dikke gedeelte van den rug. Aan het boveneinde van den rug is onder de greep een hurkend godenbeeld (?). Greep van zwart hout, ojiefvormig, met verbreeden knop (Europeesch), het ondereinde met zilver bekleed, waarin bladeren gedreven zijn, met cylindervormigen, zilveren steelring. Zonder scheede. Z. (?) of Bali (?).

L. lemmet 46,5, br. 5,3, 1. greep 10,5, dm. 2,6 cM.

982/8"). Mand au, het lemmet effen, de rug door een schuine lijn met de punt verbonden. Greep van hertshoorn in den vorm van een gestileerd, met een oorlogsmuts bedekt menschenhoofd, bijna een rechten hoek met het lemmet vormend, het ondereinde met soewasa bekleed, waarin bladornamenten gedreven zijn. Houten scheede, het boven- en ondereinde aan eene zijde met ivoor belegd, dat met snijwerk m den vorm van gestileerde monsterkoppen, bloedzuigers, enz. en reliëf versierd is. Tegen de snedezijde der scheede een rotan, door vijf banden soewasa met gedreven bladversiering bevestigd. Naast deze scheede een tweede, van zwart katoen, met

1) Cat. Modelk. v. Mar. n°. 1336.

2) Serie 144 don. L. 't Hoen en Zonen, Juni 1873.

3) Schmeltz, Ind. Prunkwaffen (I. A. f. E. III), p. 100, n°. 19. — Matthes, Atlas, pl. VII fig. 16. — Bock, Seis in Oost- en Zuid-Borneo, pl. XVIII, fig. 4.

Sluiten