Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16/82. Dolk (Mak. badt-badi1), als voren, doch de rug en de snede van het lemmet in een convexen boog naar de punt loopend. Greep van grijsbruin hout, het bovenste gedeelte verbreed en omgebogen, aan de binnenzijde recht afgesneden, het onderste gedeelte recht, met verdikten onderrand en kraagvormigen rug in het midden. Scheede van geelbruin hout met mondstuk van zwart hoorn en vooruitstekenden, beenen schoen. Z.

L. lemmet 26,3, br. 2,3, 1. greep 12,5, 1. scheede 27,5, br. 2,7—3,5 cM.

16/80. Als voren, het lemmet met dat van n°. 82 overeenkomend, doch de greep minder gebogen, ovaal in doorsnede, van lichter bruin hout, met verbreeden onderrand. Zonder scheede. Vrouwendolk (?). Z.

L. lemmet 12,8, br. 1,8, 1. greep 8 cM.

1160/5. Als voren (soedoepj, doch het lemmet zeer smal, ruitvormig, iets gevlamd; greep van zwart hoorn, cylindervormig en haakvormig gebogen. Scheede van bruin hout, in doorsnede ovaal, van boven breeder en aan eene zijde met gebogen, puntig uitsteeksel. — Wordt door vrouwen in het haar gedragen. Makassar.

L. lemmet 12, br. 0,6, 1. greep 7, 1. scheede 14, br. 1,3—3,5 cM.

1216/10. Als voren, doch het lemmet met rechten rug en convexe snede, met scherpe punt. De snede in het midden het breedst, van boven concaaf. De greep van donkerbruin hout, hertepootvormig achterovergebogen. Scheede van roodbruin hout met bekvormig verbreed boveneinde, op eenigen afstand van het boveneinde en aan het ondereinde met rotanreepen omwoeld. Z.

L. lemmet 13, br. 2,6, 1. greep 10,3, L scheede 19,8, br. 3,7—8,2 cM.

i520V37- Als voren, doch het lemmet antiek, zeer grof; rug en snede recht, de eerste naar onderen dunner, de laatste met convexen boog op de punt toeloopend. Greep van bruin palmhout, haakvormig gebogen, in doorsnede ovaal, het boveneinde uitgeschulpt. Scheede uit twee plankjes bestaande, door omwikkeling met rood en groen snoer bijeengehouden; boven aan eene zijde met afgerond uitsteeksel, waarin op eene zijde bladkrullen gesneden zijn. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 20,5, br. 1,6, 1. greep 9, 1. scheede 22,5, br. 3,5—6 cM.

i599/38S- Als voren *), doch de rug van het lemmet flauw convex, de snede eerst concaaf, daarna sterk convex, de punt scherp. Greep van geelbruin hout, in doorsnede ovaal, sterk gebogen en vlak afgesneden. Scheede van bruin hout, door vijf zeer fijn gevlochten varen (r&a»*)-vezels bijeengehouden; het ondereinde knopvormig verdikt, aan den mond aan eene zijde een driehoekig, afgerond uitsteeksel. Voor bevestiging van een draagkoord twee koperen oogjes. Z.

L. lemmet 26,5, br. 1,8—2,9, 1. greep 5,5, dm. 2—2,5, !• scheede 29, br. 3—rJ-,5 cM.

1526/23. Als voren (badi*), het lemmet recht, de rug flauw gebogen, naar onderen dunner; de snede eerst convex en dan met flauw convexen boog naar de punt overgaande, zoodat het lemmet nabij het midden het breedst is, de snede geheel scherp. Greep van bruin hout, in doorsnede ovaal, knievormig gebogen, het einde plat en puntig bijgesneden. Scheede van bruin hout, met kleine verdikking aan het ondereinde en met groote, puntige verbreeding aan eene zijde als huis. Op eene zijde twee geelkoperen oogen. Het ondereinde met zwart koord omwonden. Gordelband van grijs touw. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 21, br. 4, L greep 14, 1. scheede 21,5, br. 4,7—11,5 cM.

706/1*). Als voren (badi-badt), doch het lemmet gedamasceerd, met dikken, bijna rechten rug en convexe snede, het breedst in het midden en in een scherpe punt uitloopend. Greep van zwart hoorn, hertepootvormig, bijna rechthoekig omgebogen,

1) Matthes, Mak. Wdb. 235, s. v. badi.

2) Vgl. Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19.

3) Vgl. Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19.

4) Serie 706 don. J. Broers, Maart 1889. — N. St. Crt. v. 26 Oct. 1889, n°. 253.

Sluiten