Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hout, vorm als voren. Zilveren steelring met gegroefde kraagjes. Scheede van bruin hout, ondereinde met verdikt randje als schoen, boveneinde als voren. Geheel omwikkeld met een breeden band vischgraatvormig vlechtwerk van grijs katoen, in een snoer eindigend. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 20, br. 1,5—3,2, L greep 13, 1. scheede 21, br. 3,7—9 cM.

1526/25. Dolk (badi1), als voren, doch het lemmet met strepen gedamasceerd, de rug flauw convex, de snede als voren. Greep van donkerbruin hout, vorm als voren. De scheede van lichtbruin hout, met puntig uitsteeksel van boven, als voren, doch omvlochten met een breeden gordel van blauw katoen, in een gevlochten) blauw snoer met witte en roode stukken eindigend. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 23, br. 1,7—3,8, 1. greep 13,5, 1. scheede 24,5, br. 5,5—10,5 cM.

1526/27. Als voren (badi*), doch het lemmet effen, vorm als voren. Greep van geel palmhout, overigens als voren. Scheede van palmhout, vorm als voren, doch met rotanreepen omwonden en met een langen gordel van vischgraatvormig gevlochten grijs katoen, in een gevlochten snoer eindigend. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 20,5, br. 1,5—4, 1. greep 13,5, 1. scheede 22, br. 4,5—9 cM.

1526/34. Als voren (badi*), doch het lemmet zeer ruw bewerkt, gedamasceerd, m het midden het breedst. Greep van bruin palmhout, vorm als voren; zilveren steelring met twee gegroefde kragen. Scheede als voren, doch bijna geheel met zilverbeslag, dat onderaan een verhoogd randje en op eene zijde gedreven bloemornament vertoont; aan twee oogjes zijn talrijke blauwe en grijze snoeren bevestigd, die vereenigd zijn in een koperen knoop van Europeesch fabrikaat. Hieraan bevestigd een breede, geweven gordel van grijs katoen, in een gevlochten snoer eindigend. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 21, br. 1,6—3,5, L greep 14,5, 1. scheede 22, br. 4,5—10,5 cM. 1526/24. Als voren (badi4-), doch het lemmet flauw gebogen, de rug flauw convex de snede van boven flauw concaaf, van onderen sterk convex; het lemmet in het onderste vierde gedeelte het breedst. Greep van grijs gestreept hout, vorm als voren. De scheede als voren, doch zonder zilverbeslag. Boven den schoen en onder den mond omwikkeling met paars garen. Op eene zijde twee zilveren plaatjes, waaraan een geweven gordel, grijs met roode strepen en gele maeanders en in een gevlochten koord van dezelfde kleuren eindigend, bevestigd is. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 27, br. 2,3—3,9, l. greep 13, L scheede 29, br. 4,5—10 cM.

1526/36. Als voren6), doch het lemmet recht, ongeveer in het midden het breedst. Greep van bruin palmhout, vorm als voren. Scheede als voren, doch onderaan een zilveren schoen met kraag. Aan twee oogjes is een lange en breede gordel van geweven, grijs katoen bevestigd, die in een gevlochten snoer eindigt. Aan het andere einde een geelkoperen, half bolvormige knop. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 20,5, br. 1,5—4, L greep 14,5, 1. scheede 22, br. 4—11,5 cM.

IS26/33. Als voren (badi*), doch het lemmet zeer ruw gedamasceerd, flauw gebogen ; de rug flauw convex. Greep van bruin, gevlamd palmhout, vorm als voren doch naast het schuin afgesneden uiteinde drie kerfjes; steelring van zilver met ge^ groefde kragen. Scheede als voren, doch onderaan met platte, rondgaande verdikking Gordel als voren. Djampoewa, Gowa.

L. lemmet 20, br. 1,7—3,8, 1. greep 13,5, 1. scheede 21,5, br. 5—11 cM.

1526/31. Als voren (badi''), doch de snede van het lemmet minder convex. Greep van donker palmhout, vorm als voren; steelring van geelkoper met kraag. Scheede

1) Matthes, Atlas, pL VII, fig. 19.

2) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19.

3) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19.

4) Matthes, Atlas, pL VII, fig. 19.

5) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19.

6) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19. 7) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 19.

Sluiten