Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GROEP X.

Staat en maatschappij '). I. Staatsiekleeding.

a. Staatsiehoofddeksels.

37/163. Staatsiemuts (songko Meng3), van gevlochten lontarbladreepen, rond, met platten bol; de buitenzijde bekleed met zwart katoen, op den bol met radiale strooien, het inwendige met bruin katoen. Z.

H. 5, dm. 17 cM.

37/164. Als voren (songko gadoe of songko kebo*), twee exemplaren, van denzelfden vorm als n°. 163, doch van wit gaas; van binnen geheel of bijna geheel met wit papier gevoerd; bij een exemplaar hierin een Makassaarsch en Arabisch opschrift; op het andere aan de buitenzijde in het midden van den bol een bloem van goudblad. Z.

H. 5, dm. 16 cM.

454/6 4). Hoed, rond, met breeden rand, de bol afgeknot kegelvormig; van buiten met rood flanel overtrokken, de randen met haakwerk van gouddraad versierd, van binnen met wit katoen gevoerd. — Van den vorst van Sidenreng.

H. 8,5, dm. 32 cM.

b. Staatsieborstbedekking.

37/137. Hofkleed (gadoe*), model, van wit katoen, met lange mouwen, zonder kraag. — Voor mannen, gewoonlijk van gaas. Z. L. 124, br. 88, 1. mouwen. 63 cM.

37/138. Als voren (badjoe*) gadoe), doch van gebloemd wit katoen, met staanden kraag en lange mouwen, evenals de randen met rood katoen gevoerd en met een overslag, waarin één of meerdere omnaaide knoopsgaten. — Voor mannen. Z.

L. 116, br. 72, 1. mouwen 58 cm.

654/2°7)- Als voren (gadoe*), met lange mouwen, van voren met een split tot op de borst; aan het einde der mouwen insgelijks een split, opstaande kraag; geheel van zwarte zijde. Alle randen met roode zijde omboord. Aan den kraag drie paren en aan iedere mouw zeven knoopsgaten, met rood zijden garen omboord; langs de randen een stiksel van wit garen en op korten afstand daarvan een dito van rood garen. Makassar.

L. 122, br. 75, 1. mouwen 64 cM.

1679/19). Galabaadje, van paarse zijde, met goud geborduurd in den vorm van bloemen, die het Arabische opschrift: JULiUül u*jJU (slaapkleed) omvatten. Met lange mouwen, van voren open, omboord met rood katoen, waarin met gouddraad een ruitpatroon geborduurd is. Gevoerd met wit, blauw gebloemd linnen. — Van de laatste prinses van Bone.

L. 72, br. 56, 1. mouwen 65 cM.

1) Literatuur: Bakkers, 43—57, 116—117. — Eerdmans, 36—39, 54. — Matthes, Bijdragen, 12—44.

2) Matthes, Mak. Wdb. 718, s. v. songko met Atlas, pl. XIV, fig. 27.

3) Matthes, Mak. Wdb. 1. c. met Atlas, pl. XIV, fig. 26.

4) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 13e kl. n». 92/». — N. St. Crt. van 1 Febr. 1885, n». 27.

5) Matthes, Mak. Wdb. 101, s. v. gddóe met Atlas, pl. XIV, fig. n.

6) Matthes, Mak. Wdb. 247, s. v. b&djoe met Atlas, pl. XIV, fig. 8.

7) N. St. Crt. van 11 Aug. 1889, n°. 161.

8) Matthes, Bijdragen, 36. — Atlas, pl. XIV, fig. 11.

9) Cat. Schulman, Oct. 1908, p. 135, n°. 1526.

Sluiten