Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5°. in den gordel steekt een kris pasaniimpo1), het lemmet met vijf bochten (lamba lima *), de greep van ivoor (pangoeloe 8) gigi).

6». lange, tot de voeten reikende broek van dezelfde stof als het baadje, met rand van gouddraad, van onderen met een geelkoperen knoop aan de beide pijpen. Makassar.

H. 58 cM.

1108/343 4). Boegineesche prinses, in feestgewaad:

i°. haarwrong (simpolong*), in twee deelen gescheiden, versierd met loovertjes, kralen en papieren bloemen (oenga-oenga8) simpolong).

2*. ronde, geelkoperen, met glas ingelegde oorschijven, van achteren cirkelvormig uitloopend.

30. doorschijnend baadje (Boeg. wadjoe rawang1) van rood gaas, met korte mouwen.

4°. doek van groen katoen met opengewerkten, rooden, met gouddraad versierden rand, over den rechterschouder.

50. slendang (Boeg. pasapoe pamonejang9), als voren, over den Imkerschouder, met aan een slip afhangende, peervormige roi-roili9).

6°. geelkoperen polsringen (potto dj&ppong19), met gedreven bladranken versierd.

70. sarong (lipa alangn), van paarse zijde, met vergulde bloemen versierd, de rand van roode zijde, met ingeborduurde groene, blauwe en vergulde bladeren. Makassar.

H. 55,5 cM.

1108/347 l9). Makassaarsche prinses, in feestgewaad:

i". haarwrong (simboleng™), als voren, versierd met een ruiker (boenga ni goeba1*),. die aan het haar bevestigd wordt door een soort veerende haarspelden (pinang gojang16).

20. kort baadje (badju bodo1*), van blauw katoen, de rand van rood katoen met vierkante stukjes bladkoper (rante™) badjoe) versierd.

3°. Oorknoppen (bangkara tarowe18), van geelkoper, rond, met afhangende kralensnoertjes.

4°. Schouderdoek (pasapoe roi-roili), over den Imkerschouder, van wit gaas, met opengewerkten rand van zilverdraad, waaraan een ronde roi-roili hangt.

50. over den linkerschouder een dergelijke doek, doch van rood katoen.

6,0i. polsringen (ponto sipappa M), van geelkoper, met kralen versierd, in doorsnede dakvormig. „„

7». rok (tope), van lichtrood katoen met een dergehjken rand als het baadje

8°. broek (tope lalang"), van blauwe zijde met ingeweven roode, groene en vergulde bloemen. ' . -

qp. vingerringen (Ijinljing91), aan den duim, vierden vinger en pmk der rechterhand. Makassar.

H. 64,5 cM.

1) Matthes, Boeg. Wdb. 310, s. v. tlmpo. s>

2) O. c 551, s. v. 1° lamba. 3) O- * 876, s. v. oeloe.

4) Cat. Tent. Poppen Batavia, p. 80—81, n°. 13. — Cat. Tent. Poppen den Haag, 29.

5) Matthes, Boeg. Wdb. 704, s. v. simpolotSg. 6) O. c. 783, s. v. oenga.

7) O. c. 638, s. v. 1° wadjoe met Atlas, pl. XV, fig. 2.

8) O. c. 101, s. v. pamonêyang.

9) Mak. Wdb. 615, s. v. riïli: gouden sieraden. 10) Boeg. Wdb. 10$, s. v. 2° potto.

11) O. c. 541, s. v. lipd met Atlas, pl. XIV, fig. 2.

12) Cat. Tent. Poppen Batavia, p. 82, n°. 17. — Cat. Tent. Poppen den Haag, 30.

13) MATTHES, Mak. Wdb. 746, s. v. simboleng.

14) O. c. 97, s. v. goeba: bij elkander gevoegde bloemen.

15) O. c. 106, s. v. goyatig: schuddende pinang.

16) O. c. 247, s. v. i° badjoe: kort baadje. 17) O. c. 591, s. v. rante.

18) O. c. 204, s. v. bangkara met Atlas, pl. XV, fig. 18.

19) O. c. 144, s. v. pSnto met Atlas, pl. XV, fig. 10. y y

20) O. c. 383, s. v. tbfe met Atlas, pl. XV, fig. 3. 21) O. c. 519, s. v. tjintjing.

Sluiten