Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

svuucxc aijuc, mei twee hui ic uiucugrucvcu. uc greep m uen vorm van een gouuen menschenbeeldje, staande op een, met stukjes kristal of glas ingelegden ring. De scheede in de onderste helft met reepjes goudblad omwonden, de bovenste helft en het mondstuk aan de binnenzijde enen, aan de buitenzijde met rijk geornamenteerd goudblad belegd, waarin een wajang-pop tusschen bladranken is voorgesteld. Het vooruitstekend schoentje langs de randen met gouden bloemfiguren en reliëf versierd. Draagband van rood katoen, de lus met goudfiligraanwerk bedekt. Gowa. L. lemmet 35,5, br. 8,5, 1. greep 11, dm. 3, 1. scheede 36,5, br. 2,7—12,2 cM.

15^°IS1)' Staatsiekris, als voren, doch het lemmet met negen bochten, de kïmbang katjang getand; slechts ééne bloedgroeve (pedjetan). Greep als voren, doch de ring, waarop het beeld rust, behalve met kristal of glas ook met twee rijen kleine robijnen ingelegd. Scheede als voren, doch een smalle strook in het midden niet met goudblad omwoeld. De gevleugelde wajang-pop op het huis nog meer gestileerd. De vorm van het huis als voren: van boven concaaf, de eene zijkant afgerond, de andere schuin afgesneden. Gowa.

l. lemmet 32, br. 7,5, 1. greep 10,5, dm. 2,1, 1. scheede 36, br. 2,6—12 cM.

1560/6»). Als voren, doch de kïmbang katjang niet getand, het lemmet met twee korte bloedgroeven. De gouden figuur op de greep voorovergebogen «n het voetstuk alleen mét robijnen ingelegd. De scheede geheel met goudblad bekleed. De gevleugelde wajang-pap op het huis minder gestileerd (Garoeda of Wimana?). Gouden gordelknoop, rond, met roode draden bedekt en met een stuk paarlemoer in het midden. Gowa.

L. lemmet 32,8, br. 7, 1. greep 9, dm. 2, 1. scheede 39, br. 3,2—12,2 cM. Zie pl. X, fig. 4.

1560/7 *), Als voren, doch de bochten van het lemmet flauwer, evenals de tanden aan de kïmbang katjang en den gandja (bovenrand); alleen metpedjetan. De gouden figuur op de greep minder voorovergebogen. Het voetstuk met groene en roode steenen (smaragden en robijnen) ingelegd. De scheede met een effen band op het, en reliëf versierde bovengedeelte, in het midden met een strook rood katoen omwoeld. Zonder gordel en gordelknoop. Op het huis een gevleugeld paard *) en reliëf tusschen bladranken. Gowa.

L. lemmet 36, br. 9,5, 1. greep 9,3, dm. 2, 1. scheede 43,5, dm. 3,5—14,3 cM. Zie pl. X, fig. 3.

c. Staatsiezwaarden.

1560/8 *). Staatsiezwaard (Mak. kalewang*), het lemmet recht, gedamasceerd, de rug in een convexen boog naar de punt loopend. Greep van hoorn, breed en tweeslippig uitloopend. Breede gouden steelring, het verdikte ondereinde met bladranken, het boveneinde met twee rijen vierbladerige bloemen en reliëf versierd. De scheede bijna geheel met rood gekleurde rotanreepen omwonden. De schoen van goud, met bladranken, de mond eveneens van goud met vierbladerige bloemen versierd. Gordel van rood katoen met hartvormigen, gouden gordelknoop, met bladranken en het midden met een grooten robijn versierd. — Dit zwaard behoorde, volgens baron van Hoëvell, tot de poesaka van den vorst van Bone. L. lemmet 50, br. 2,5, L. greep 19, br. 9, 1. scheede 51, br. 4 cM.

III. Staatsievaartuigen.

1009/1167). Vorstelijk vaartuig (Mak. biloe*), model, met twee driebeenige masten met matten en katoenen zeilen; voorgesteld als zeilende op de zee, aan stuur-

1) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n°. 364.

2) Zie Gids Tent. Z.-Celebes, 1. c. met pl. IX, fig. links.

3) Zie Gids Tent. Z.-Celebes, 1. c. met pl. IX, fig. rechts.

4) Veth, Het paard onder de volken van het Maleiscke ras, 56—66.

5) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n<>. 365. 6) Matthes, Atlas, pl. VII, fig. 14.

7) Cat. Bat. Tent. p. 203—205, n°. 2084. 8) Matthes, Mak. Wdb. 280, s. v. 2<> biloe.

Sluiten