Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rood katoen en gestreepte zijde, een rolkussen, matrassen van blauw katoen, twee vierkante zitmatjes, van diagonaal /><wfc/a*-vlechtwerk, met rood flanel omzoomd en een langwerpige ligmat van hetzelfde materiaal. Z. L. 26,5, br. 19, h. 23,5 cM.

37/166. Hoofddoek (sigara1), van rood katoen, met een strook uitgeknipt goudpapier in het midden; gevouwen met stijve spiraal; aan eene zijde doorgestoken stokjes, aan de andere afhangende slippen. — Door bruidegoms gedragen. Z.

Dm. 18X25 cM-

37/186. Haarsieraad (boenga bodjolo*), halvemaanvormig, de buitenzijde bekleed met stukjes merg van den bodjolo-boom (Scaevola Koenigii Vahl»), waartusschen bloempjes van veelkleurig papier; de rand uitgeschulpt en met goudpapier, de binnenzijde met oranje papier beplakt. — Door bruid of bruidegom in het haar gedragen. Z.

L. 10, gr. br. 5 cM.

37/199. Pop, voorstellende eene kindermeid van bruid of bruigom. Kleeding: zwarte hoofddoek, rood baadje met korte mouwen en blauwe rok met rooden rand. Zonder aanduiding van handen en voeten. Z.

H. 15,5 cM.

37/196. Als voren, doch een vorstelijken bruidegom voorstellend. Kleeding: hoofdring en dodot van rood katoen, met gouddraad omboord, en baadje met lange mouwen, van blauw katoen met bloemen van goudpapier. In den gordel steekt van voren een gouden kris, terwijl aan een slip een ronde gouden doos hangt. Z.

H. 23 cM.

37/197. Als voren, doch eene vorstelijke bruid voorstellend. In het haar een halvemaanvormig sieraad (boenga bodjolo), als boven beschreven (37/186). In het rechteroor een koperen oorschijf en een halvemaanvormige oorhanger met drie afhangende kralensnoertjes. Baadje 'met korte mouwen van rood en rok van blauw katoen, beide met gouddraad omboord, de rok met bloemen van goudpapier versierd. Dikke, met kralen ingelegde bovenarm- en polsringen en spiraalvormige, geelkoperen armbanden. Z.

H. 22 cM.

37/198. Als voren, doch voorstellende eene vrouw, die tot het gevolg van een vorstel ij k bruidspaar behoort. Halvemaanvormig haarsieraad (boenga bodjolo) en oorsieraden als- voren, doch de laatste aan beide ooren. Baadje met korte mouwen en rok, beide van wijnrood katoen, met steenrood flanel omboord, waarop kettingvormige figuren van koperdraad bevestigd zijn. Zonder armsieraden. Z.

H. 25 cM.

37/200. Als voren, doch een aangenomen kind eener bruid voorstellend. Het bovenlichaam en de armen ontbloot. Gordel en bovenarmbanden van rood flanel, met koperdraad versierd. Ook de hals met geelkoperen sieraden, waarvan één halvemaanvormig en met kralen versierd is. Rok van rood katoen met rand van koperdraad. Geelkoperen, met kralen versierde polsringen. Z.

H. 13 cM.

37/203. Modellen van: i°. drie sirihdoozen, afgeknot-pyramidevormig, met zwart en verguld papier beplakt

20. waterketel, met goudpapier beplakt.

3°. kwispedoor, eveneens met goudpapier beplakt

1) Matthes, Mak. Wdb. 725, s. v. sigara met Atlas, pl. XIV, fig. 33. — Idem, Over de ada's, 13.

2) Matthes, Mak. Wdb. 249, s. v. 2° bodjolb met Atlas, pl. XV, fig. 11.

3) de Clercq, n°. 3056.

Sluiten