Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der gasten. Hier zijn: opzichters der personen, die het onthaal opdisschen (pangpeTena pabembeng); twee vorstelijke pabembeng's, een persoon, die een zilveren nap]e en een zeefje voor het drinkwater van vorsten vorstin draagt (poermg panoemboeng); een persoon, die het watervat met drinkwater voor vorst en vorstin draagt {paerang palekoklngA; een persoon, die inlandsche kaarsen draagt, om de kaarsen voor vorst en vo«tin aan te steken {paerang kandjoli*); een spuwbakdrager (paerang paptroewang*); len persoon, die een mandje draagt, waarin lapjes om de vingers af te vegen, op een schenkblad (paerang palekokang paloeloe*); een persoon, dienjst draagtni e e n overdekt mandje (paerangpadja*); een persoon, die een blad draagt waarop lepels ^dtroek (paerang sinroe sijagLg*) lemó); drie personen, die bladen met santbalan'. dragen (paerang boendoe7); eene vrouw, die lepels wascht (pabtsa*) sinroe); een man, <fie een klapper opent; twee vrouwen, die rijst wasschen; eene vrouw, die rifet kookt; een pabembeng, die waterglas en spuwbak voor vrouwen van den rijksbestierder én 's vorsten broeder of neef opdraagt; een idem, die heteeUde doet voor andere vrouwen van de voornaamste grooten; eene vrouw, die vleesch snijdt;eene vrouw die gehakt klopt; eene vrouw, die saus maakt; eene vrouw, die eieren klopt; lénrvrouwf die eierstruif maakt; eene vrouw, die gereed is met potten te wasschen; een kTnd met toorts; een kind met ana batjing; eene vrouw met het prinsje;^twee vrouwen? om de «WA-doozen te vullen en eene oude vrouw, het toezicht houdende op^ de werkzaamheden in het achterhuis. Verder een groote sirihdoos ter vulling, een waterval! bakjes met «WA-benoodigdheden, gebak om opgedischt te worden, een plankje om gehakt te maken, eene «WA-doos van de naastbij- zittende vrouw; groote waterval, overdekte rijstpotten met gekookte rijst, spuwbakken een spoelkom voor lepels (Ssan * sinroe), ten waterglas?een mandje met ri st (padja), drie bakjes met tmmo^s tpamoZjang boendoe-boendoe), blaadjes met lepels en djeroek (pamonejang sinroe s^gLgkmo) n\Ler (londjo*) en waterschepper*.(sero">) een ^^f^Z boeng), een blad met doosje, waarin lapjes om de vingers af te vegen (P^k°*™£> rjt met toespijzen, gescheiden (kado anjala™) en rijst met toespijzen, niet gescheiden (kado kapara1*). Gowa. L. 190, br. 88, h. 112 cM.

1000/122"). Woning, van een persoon van vorstelijke afkomst, gelijkende op n«. 1009/121'1*), doch met bijgebouw. Bij het eerste zijvenster aan de linkerzijde der wonL is eene vrouw bezig zijdestof voor een baadje te weven links van haar eene andere vrouw Onledig stof (van garen) voor een mannenbroek te weven. Voor S middelste frontvenster en dat rechjs daarvan zitten vrouwen sarongs te weven (staande weeftoestel). Eenigszins achter de deur zit eene vrouw te spinnen en dieper het huis Tn (rechterzijde vfn het huis) eene andere vrouw diezelfde^bezigheid U: verSten Achter de vrouw, die de broek weeft, zit eene andere gekleurde garens op te winden voor de weefsters. In het achterhuis, Imkerzijde, slaapvertrek. Gowa.

L. hoofdgebouw 110, br. 83, h. 81, L bijgebouw 73, br. 73, b. 71 «M.

699/1»). Vorstelijke baroega"), (model), gebouw voor ff stóijke en andere bijeinkomsten, voorgesteld op het oogenblik, dat eene huwehjksplechtigheid van een

1) Matthes, Mak. Wdb. 620, s. v. 30 likb.

2) O. c. 46, s. v. kanjdjiU.

3) O. c. 164, s. v. piroe met Atlas, pL X, fig. 21.

4) O. c. 689, s. v. 3° loeloe.

O O c IS7, s. v. 2° pddja met Atlas, pl. XI, fig. 4- „

„ . - . —» O. c. 236. s. v. 3° boendoe.

6) O. c 822, s. v. agang: „met, en. 7) •'■i", •> ZT

8 o. c. 306, s. v. 30 ,§ ;;^a

iol O. c. 772, s. v. l° slrb. . *V 1 v c ~,

12) O. c. 10, s. v. 1» kdppard: „metalen schenkblad" met Atlas, pl. X, fig. 25.

13) Cat. Bat. Tent. p. 193, n°- 2066 en P- 201,

lf) N8S,CCrtR;.n ïjl M*^*}. - Serie 699 don. kroonprins van Gowa, Febr. 1889. 16) Matthes, Mak. Wdb. 264, s. v. baruga. — Idem, Bijdragen, 20.

Sluiten