Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. Muziekinstrumenten1).

a. Slaginstrumenten.

37/259 Bekken») (gong), model van geelkoper, rond, met opstaanden rand en half bolvormige verhooging op het midden: opgehangen aan een doorgestoken lus. Met klopper (papepe ») van net, het ondereinde knobbelvorniig met blauw katoen en grijs garen omwoeld. Z.

Dm. gong 9,5, 1. klopper 13,5 cM.

37/256 en 370/2033*). Trommen (ganrang*), van bruin hout, afgeknot kegelvormig de wijde bovenzijde (oeloena) en de smallere onderzijde (padjana) beide met vel bespannen, dat door een ring wordt vastgehouden; beide ringen verbonden door enkele en dubbele spansnoeren (gantayang of tamberang) van rotan, op enkele plaatsen door ringen van leer of rotan vereenigd. Om het dikste deel (banend) van de trom een gevlochten rotanring. Draagsnoer van touw, bij 256 met lederen reep. 256 met houten trommelstok •), waarvan het boveneinde met het ondereinde een stompen hoek vormt. Z.

H. 59 en 73, dm. 22—31 en 28—34 cM.

654/1 7) en 1009/89 8). Als voren (ganrang), tonvormig, n°. 89 gevernist; aan weerskanten met hertenvel bespannen. Zonder ring om het dikste gedeelte en zonder trommelstok. Draagkoord van touw (1) of rotan (89). 1: Makassar, 89: Gowa.

H. 50, dm. 24 en 20 cM.

37/258. Tamboerijn (rabana»), schotel van hout, zonder bodem; over het bovenvlak is een vel gespannen, door een ring en doorgestoken rotanreepen aan den dikkeren rand bevestigd. Z.

Dm. 38, h. 8,5 cM.

654/310) Als voren (rabana), met hertenvel bespannen, het lichaam schotelvormig, uit een stuk donkerbruin hout gedraaid en met ringen versierd. In een dezer verheven ringen zijn gaten geboord, waardoor de spankoorden van rotan paarsgewijze zijn getrokken. Makassar.

Dm. van boven 49, van onder 38, h. 14,5 cM.

804/273. Als voren»), doch de ketel van roode gebakken aarde met in een boog in den bodem overgaanden wand; het midden van den bodem voorzien van eene groote ronde opening, die door een smallen, verheven rand is omgeven. De wand nabij den bovenkant met een vooruitstekenden, op vele plaatsen doorboorden rand, waardoor de, tot het aanspannen van het trommelvel dienende, rotanreepen zijn geregen- het trommelvel is vervaardigd van de huid van den 6W«-buffel (Anoa depressicornis); als hengsel dient een, uit hetzelfde stuk huid gevormde lus, waaraan de haren zijn gelaten. Z.

Dm. 40, h. 14 cM.

1009/881»). Als voren (rabana), het schotelvormige lichaam van aardewerk vervaardigd, donkerbruin verlakt, met dierenhuid bespannen, die met, door in een rug van het lichaam geboorde gaten, geregen rotanreepen is bevestigd. V» w. gr. Gowa.

Dm. 22, h. 8 cM.

1) Ene. v. N. I. II, 830—831, s. v. muziek en muziekinstrumenten. — Engelhard in B. T. L. Vk. 4e volgr. Vni, 306—310.

2) Matthes, Atlas, pl. VIII, fig. 23a—b.

3) Idem, Mak. Wdb. 135, s. v. 1° pefé.

A) Cat. Kol. Tent, Amst. 1883, li« kl. n». 39. . '

O Matthes, Mak. Wdb. 106, s. v. 2» gdnrarTg met Atlas, pl. VIII, fig. 17- — Engelhard, L c 307 6) AtU"-> L c- fiS- I7e-

' 7) N. SL Crt. van 11 Aug. 1889, n°. 161. 8) Cat. Bat. Tent. n». 2046.

4) Matthes, Mak. Wdb. 587, s. v. rabana met Atlas, pL VIII, fig. 19- — Engelhard, 1 c 308 I0) N- St- Crt- Tan 11 Aug* *889'

'11') Matthes, Atlas, pl. VIII, fig. 19. 12) Cat. Bat Tent. n°. 2045.

Sluiten