Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staart van zes rechthoekige plaatjes met gebogen, korte zijden en door stellen van vijf verticale staafjes verbonden, onderaan lapjes rood katoen. Alles met rood, grijs en zwart papier beplakt en met witte en zwarte bloemen beschilderd. — Voor dansmeiden. Z.

L. ioo, br. 34 cM. Zie pl. IV, fig. i.

37/204. Poppen, voorstellende publieke dansmeiden. Op het hoofd de djoengge (zie boven). Gekleed in een rood baadje, met gouddraad omboord. Gordel van wit en rood gaas, waaraan een met verguld papier overtrokken doosje hangt. Kok van wit en blauw gebloemd katoen. In de rechterhand een waaier. Twee exemplaren. Z.

H. 17 cM.

27/205. Pop, voorstellende een man, die met de dansmeiden danst. Op het hoofd een hooge muts van rood katoen. Het bovenlichaam en de armen bloot. Lange, tot de borst opgetrokken rok van wit, rood en zwart gebloemd katoen, vastgehouden door een gordel van rood katoen, met plaatjes geelkoperbhk versierd, waarin van voren een met verguld papier bekleede kris steekt. Z.

H. 25 cM.

37/206. Als voren, doch eenen zwendelaar of leeglooper voorstellend. De hoofdbedekking en kleeding als voren, doch zonder gordel en kris. Z. H. 19 cM.

1560/1221). Haarnaalden, een paar, voor danseressen. Een op een zilveren^en een op een hoornen pen. Met bloemen van roode, gele en groene kralen en gouden bladfiguren en loovertjes. Gowa.

L. 13 cM.

697/44»). Model van een danshuis, met dak van lontarbladreepen en spanten van bamboe, rustende op vier stijlen van bamboe. Een staafje » door het boveneinde van iederen stijl gestoken, waaraan de ribben met rotanstroppen zijn vastgesjord Gekleede poppen stellen een dans (djoge*) voor. Zes pubheke dansmeiden uld oge), gekleed in bont geruite rokken, het bovenlichaam bedekt met. eer, efenkleurigen omslagdoek, waarvan de punt naar achter vrij afhangt en wier voorste slippen zijn gestoken ónder den gordel, waaraan boyendien nog een paar^ v^chiüend doch effen gekleurde, schortvormige aanhangsels zijn verbonden. Op het haar dragen nfeen groot, gekleurd, papieren, kamvormig hoofdsieraad (djoengge % uit welks einden Leren^an'gouddraad met metalen schijfjes naar beneden hangen; bovendoet. heeft iedere dansmeid een trommelvormig doosje voor strik aan den gordd^ ^ngen en een waaier in de rechterhand. Drie jongelieden (JaOtmg *) dansen mede (tegen betaHng van eenige duiten). Zij dragen een baadje met lange mouwen, een gordel waarin de kris Svan voren steekt, een open, peperhuisvormige™ts(«^,vai bont geruite stof, die alleen bij feestelijke: gelegenheden wordt« een f ruite schouderdoek, waarmede zij zich onder het dansen drapeeren. - VWV*Matthes geldt het verbreken van de dansorde voor eene doodehjke beleediging. Makassar.

H. 37, 1. 4i55, br- 25i5 cM-

V. Tooneelkleeding.

1805/58. Baadje, van rose katoen, met lange mouwen, van voren open. Alle randln omboord mèt goudpassement en, evenals de schouders en mouwen, benaaid

1) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 43, n°. 324.

2) N. St. Crt. van 11 Juli 1889, n°. 161.

3) Matthes, Mak. Wdb. 534, s. v. djbgi.

4) Matthes, Atlas, pl. XV, fig. 8. Vgl. boven.

5) Matthes, Mak. Wdb. 835, s. v. Ibing.

6) O. c. 725, s. v. sigara met Atlas, pL XIV, fig. 33.

Sluiten