Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1456/120 *). Kinderspeelgoed, spuit' van bamboe, aan het eene einde eenigszins nauwer toeloopend, aan beide einden open; als zuiger dient een bamboestok, aan een einde met een stuk wit en rood gebloemd katoen omwikkeld. — Bij het baden als speelgoed gebruikt Maros-rivier.

L. 69, dm. 3 cM.

1647/1044. Mandje (manoe-manoe*), van diagonaal gevlochten, ongekleurde lontarbladreepen, in den vorm van een kubus, waarvan een der zijvlakken vervormd is tot vier schildvormige kleppen. Bikeroe.

L. en br. 5, h. 9 cM.

GROEP XII.

Godsdienst — Genees- en heelkunde. — Opvoeding en onderwijs*). L Voorwerpen bij feesten gebruikt

37/28 Groep manden (bakoe karoeng*), van volgens drierichtingssysteem gevlochten lontarbladreepen, van onderen zeshoekig, van boven rond en getand; de beide onderste grooter dan de 12 bovenste; bovenop een rond dekseltje van gelijke samenstelling; alles door een rotanreep bijeengehouden. — Worden bij feesten met rijst gevuld; daarin wordt eén kaars (kandjoli) gestoken. Z.

L. 45, dm. 8—13 cM.

37/112 Vuurmandje (salaka*), van rotanstaafjes, bijenkorfvormig, a jour met rondgaande hoepels en opstaande en dubbelgebogen ribben. — Gebruikt om daarop goed te bewierooken. Z.

H. 29, dm. beneden 26 cM.

37/347 131/29 en 802/10. Dekseltjes (Mak. tjakole, Boeg. tjitjikole*), vijfhoekig, van lontarbladreepen volgens het drierichtingssysteem gevlochten, n«. 347 met vertikalen onderrand. Het midden oploopend. — Door de sanro van tijd tot tijd boven het wierookvaatje (padoepang) gehouden, opdat zij van wierook doortrokken worde.

Dm. 24, 22 en 18, h. n°. 347: 9 cM.

37/346 697/121) en 1009/728). Wierookvaten {padoepang*), van gebakken aarde; rond komvormig, op schotelvormigen voet; de randen rood geverfd; onder den bovenrand "van het bakje bevindt zich bij n°. 12 en n°. 72 een verheven, gekartelde plaat, terwijl bij n°. 72 ook de rand van den voet gekarteld is. Bij n». 12 zijn bakje en schoteltje met eenige roode strepen versierd. — Om welriekende stoffen te branden. 346: Z., 12: Makassar, 7 2: Gowa.

H. 9,5, 9 en 5, dm. 10,5—13, 11—13,8 en 5,6—7,1 cM.

1008/641») en 1009/71 u). Als boven (padoepang), n°. 71 model, n«. 64 met deksel; beide bekervormig met wijden buik, op ronden voet, die aan een schotelvormige

1) Serie 1456 don. Sarasin, Sept 1904.

21 Jasper, Vlechtwerk, 193. '• _

O Literatuur: Eerdmans, 31—36. — van Braam Morris, 161—162, 173—m, 181—183, 190—192 197—199, 208. — Bakkers, 39—41, 58—68. — Matthes, Bijdragen, 51—02, 75—109, 131—151' — Idem, De Makassaarsche en Boeginesche Kotika's (T. I. T. L. Vk. XVLU), i—42. Idem, Over de Bissoes. — Engelhard in B. T. L. Vk. 4e volgr. VIII, 360—398.

4) Matthes, Mak. Wdb. 197, s. v. 30 bikte met Atlas, pl. IX, fig. 32.

5) matthes, Mak. Wdb. 796, s. v. 2° saldka met Atlas, pl. XV, fig. 5J._

6) Matthes, Mak. Wdb. 507, s. v. ~tjakble en Boeg. Wdb. 438, s. v. tjitjiktle met Atlas, pL DL 6b. 24. — Idem, De Bissoes, 7 met pl. I, fig. 26.

7) %. St. Crt. van 11 Juli 1889, n<>. 161. 8) Cat. Bat Tent n». 1970. 6) Matthes. Mak. Wdb. 477, s. v. doepa met Atlas, pl. IX, fig. 23.

10) Cat Brt/Te*. rA 1974. "f Cat- Bat Tent n ' '97°-

Sluiten