Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Voorwerpen bij geboorten gebruikt.

ti&& Buikgordel (akasa1), rechthoekige lap wit katoen. - Voor zwangere en barende vrouwen; wordt omgebonden met een knoop aan de voorzijde, waann bij de bevalling gebonden worden een citroen (lemo pakasoemba) en een sirihpruim (kalomping). Z.

L. 104, br. 83 cM.

27/340. Paarlmoerschelp (pindjeng batoe*), gebezigd tot het mengen van spijzen bij gelègenheid van het eten van een kind op den 50*- dag na de geboorte (nipaemoe). Z.

Dm. 21 cM.

27/270 en wa/a*). Gereedschappen voor de circumcisie*), bestaande uit: i*:mesje (lading pasoend) (379) met rechten rug en convexe snede; de greep van palmhout, plat, flauw gebogen. L. lemmet 9, br. 1,8 1. greep 6,5 cM.

2». twee opengespleten bamboestaafjes (pasipi) (379 en 2a), waarop een schuivende ring van vezels (2) of eene omwoeling van groen touw. L. 18,5 en 9,5, dm.

0'43^0tweeMstokjes (patodo) (379 en 2b) van bamboe, aan eene einde aangepunt. — Zij worden in den penis gestoken. L. 16 en 14, dm. 0,5 cM. Z.

III. Voorwerpen bij begrafenissen gebruikt.

27/274. .Overdekking van een lijkkist'), model. Rechthoekige mat, è jour van bamboereepjes gevlochten, poortvormig gebogen, de onderranden met draadjes

bljOndSeïs?einvaLn el'n lij'Aaar (boelekang*) taoe mate), model, vier langsliggers, wier einden met wit garen omwonden zijn, en zes dwarsliggers; hierover m de lengte drie planken. L. 26, br. 15 cM. Z.

608/17) Doodkist»), in een spelonk gevonden en bevattende een aantal menschenbeenderen (zonder schedels) tot meerdere geraamten behoorende. De kist is uit een uitgeholden boomstam gehouwen, aan een einde iets hooger en breeder dan aan het andere en van onderen voorzien van een, aan het hout gesneden voetstuk, waarin eenige bladvormige figuren gedeeltelijk a jour zijn uitgesneden. Met een paar pennen sluit op de kist het groote, massieve, dakvormige en in alle nchtmgen over de kist heen stekende deksel; de kanten aan vier zijden schuin en eenigszins hol afloopend. Over het midden van de platte en flauw concaaf gebogen nok loopt een verheven kam die vöör en achter in een breed, en vroeger met snijwerk voorzien, vleugelvormig uiteinde overgaat. - Dergelijke doodkisten zijn m groot aantal gevonden in moeielijk toegankelijke spelonken op Zuid-Celebes en op Saleier

L. 206, br. aarT een einde 35, bet andere einde 40, diepte 20, 1. deksel 245, b. k«t 67, br. deksel 51 cM.

1008/2,88) Grafteeken (mesang™), van koeri-steen, bestaande uit twee opstaande stukken met dakvormig boveneinde, welks beide schuine kanten eenige malen zijn uitgeschulpt, en twee rechthoekige zijstukken. Maros.

H. opstaande stukken 43,5, br. 33,5, 1. zijstukken 69, br. 15 cM.

1) Matthes, Mak. Wdb. 820, s. v. 1* dkasi en 1149 met Atlas, pl. XV, fig. 7a) Matthes, Mak. Wdb. 158, s. v. pïnjdjeng, met Atlas, pL IX, fig. 26. »1 Serie «2 don. dr. B. F. Matthes, i Dec. 1885. ^ 4} Matthes, Atlas, pl. XII, fig. 25-27 met Mak. Wdb. 1140. - Bakkers, 42. - **W mans, 35—36- — Matthes, Bgdragen, 71—735) Matthes, Atlas, pl. XIII, fig. 18. ^

6J Matthes, Mak. Wdb. 283, s. v. bïtlé met Atlas, pL XIII, fig. »7-

N St Crt. van 11 Juli 1889. — Serie 698 don. A. J. A. F. Eerdmans, 1889. a\ li E D Engelhard, Mededeelingen over het eiland Saleier (B. T. L. Vk. 4« volgr. V111J,

pL H, fig-'i- ' 9> Cat' TeDt- P' 1841 I9SI'

10) Matthes, Mak. Wdb. 347, s. v. rnêsang. — Idem, Bgdragen, 145-

Sluiten