Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

808/4. Amulet (Mak. djima boelaeng, Boeg. sima oelau&ng\*te voren, bestaande uit acht, tot twee reeksen gerangschikte prisma's van verguld zi ver, aan twee z.jden met bSmornamenten in filigraanwerk versierd. Aan de derde zijde zijn twee: oogjes, die door een rechthoekigen lap rood flanel, met wit en blauw gebloemd katoen gevoerd, zijn gestoken en waardoor twee geelkatoenen snoertjes zijn geregen. De roode lap is omboord met een groenzijden bies, waarin zigzagstrepen van zdverdraad. Wordt om den arm gedragen. Z.

L. 19, br. 3 cM.

1560/128»). Als voren, doch bestaande uit tien rechthoekige, gouden, met filigraanwerk versierde kokertjes, in dubbele rijen op een, met wit en grijs gestreept katoen gevoerd, lapje rood flanel, genaaid en als kinderarmband gebruikt. Gowa.

L. 16, br. 3 cM.

1546/4»). Als voren, doch bestaande uiteen dubbelen, zilveren ketting, waaraan bevestigd zijn: een stukje rotan, een eenigszins ronde steen binnen zilverdraad en Lrdierenkop^rmige, bmnen ijzerdraad opgesloten steen, alsmede een boekvormige, geelkoperen amulettenkoker, die een Koranspreuk bevat. Z.

L. 36 cM.

808/6*). Als voren, doch bestaande uit een rechthoekig zakje van rood flaneldat een, waarschijnlijk mét Koranspreuken beschreven papier bevat. - Wordt door middel van Ten geel katoenen koord, waaraan drie zijden van het zakje zijn vastgenaaid, door kinderen om den hals gedragen. Gowa.

L. 8, br. 6 cM.

808/5. Als voren (Mak. djima-djima palagesang, Boeg. sima-sima talya*), doch bestaande uit een langen, smallen, wit katoenen doek, die in den vorm van een oas e is samengevouwen en welks'lange kanten aan elkander z.jn vastgenaaid voor een, met een Koranspreuk beschreven papier. - Wordt om den arm van een kind gebonden. Gowa.

L. 52, br. 1,5 cM.

804/279«). Talisman, gedraaid vezelsnoer, waaraan zijn bevestigd: een krokodillentand, een hondentand, een plat, bolvormig steentje binnen een netwerk van vèzeldraden, twee stukjes hout, twee eindjes bamboe waarschijnhjk kokertjes, het deksel met eene of andere zelfstandigheid gevuld en later met hars aan den koker bevestigd, eenige katoenen zakjes, een geelkoperen Chineesche munt en een groote, ijzeren ring. — Van een dief verkregen te Makassar.

L. 39 cM.

801/2801). Als voren, doch bestaande uit een, van een strook wit katoen en een groen zijden lint gedraaid koord, dat gedeeltelijk buisvormig is en stukjes hout aan een koord geregen, benevens andere voorwerpen bevat; bovendien zijn in dit gedeelte negen katoenen zakjes, die diverse amuletten, papier, enz. bevatten en twee eindjes rotan geregen. Het eene einde van de strook katoen is tot een lus ineengeknoopt. Eveneens te Makassar verkregen.

L. 146, br. 7 cM.

1) Matthes, Boeg. Wdb. 695, s. v. 3» simd met Atlas, pl. XV, fig. 27*.

2) Gids Tent. Z.-Celebes, p. 47, n°. 367.

3) Serie 1546 don. J. D. Blankenberg, Juli 1906.

4) Serie 808 don. kroonprins van Gowa, Dec. 1890.

5) Matthes, Mak. Wdb. 541, s. v. djtmi. - Idem, Boeg. Wdb. 695, *• v. 3° met AtUu,

P\>f Weber^"/. A.f. E. III, Snppl. P. 43- - N. St. Crt. van 26 Oct. 1889, «•. 8. - Wilken, Animisme, 133 e. v. 7) Weber, 1. c. 42.

Sluiten